Nieuw elan voor de stedelijke cultuurregio

Cultuur bruist in Nederland. Tijdens onze werkbezoeken en ‘residenties’ zien we door het hele land een cultuursector die zich na roerige tijden met nieuw elan presenteert. Het is deze beweging die de raad een impuls wil geven met zijn eerdere adviezen over de rol van de stedelijke cultuurregio. Tot onze vreugde haken lokale beleidsmakers op deze beweging in. Vanwege de intrinsieke waarde van cultuur, maar ook om zijn betekenis voor de zorg, welzijn, toerisme en onderwijs, staat cultuurbeleid op de agenda. Er worden verkenningen en studies uitgevoerd naar de kansen en mogelijkheden van samenwerking binnen een stedelijke cultuurregio; en er worden agenda’s en plannen gemaakt over een op de regio toegesneden cultureel aanbod.

In dit hoofdstuk duiden we deze ontwikkeling en brengen haar verder in beeld. We typeren de stad en haar ommeland als cultureel ecosysteem. Ook inventariseren we de initiatieven die we zien en geven we aan hoe het concept van de stedelijke cultuurregio een relevant en vruchtbaar aanknopingspunt kan zijn voor cultuurbeleid.

Stedelijke cultuurregio’s als culturele ecosystemen

Sinds een jaar of vijftien is het gebruikelijk om de dynamiek van cultuur te beschrijven als een cultureel ecosysteem. 1 Zo’n systeem is het geheel van onderling verbonden netwerken in het cultuur- en kunstenveld. Binnen deze netwerken is een druk verkeer van mensen, ideeën, producten en geld. Een ecosysteem heeft open grenzen, maar vormt op zich een volledig toegeruste habitat waarin alle spelers goed kunnen functioneren. Net als in de natuur is het organisch ingericht en is het ingespeeld op de lokale habitat. De Amerikaanse hoogleraar Ann Markusen beschrijft het als volgt: “An arts and cultural ecology encompasses the many networks of arts and cultural creators, producers, presenters, sponsors, participants, and supporting casts embedded in diverse communities. […] We define the arts and cultural ecology as the complex interdependencies that shape the demand for and production of arts and cultural offerings.” 2

In de publicatie The Ecology of Culture bouwt John Holden verder op het werk van Markusen. 3 Holden onderscheidt drie ‘sferen’ in een cultureel ecosysteem, de three highly interactives spheres: overheidsgesubsidieerde cultuur, commerciële cultuur en amateurkunst. Onderling zijn de sferen nauw met elkaar verbonden en worden ze doorkruist door vier elementen, zogenaamde flows: culturele carrières, ideeën, geld en producten. Het geheel aan spelers en bewegingen vormt samen het culturele ecosysteem. Een ander rapport waaraan we in dit verband refereren, is Enriching Britain: Culture, Creativity and Growth van de Warwick Commission. 4 5 Het legt een verband tussen een florerend cultureel ecosysteem als noodzaak voor een succesvolle economie en een gezonde, creatieve, open en levendige samenleving. Cultuur raakt, kortom, de hele samenleving.

In Nederland vertonen stedelijke cultuurregio’s veel overeenkomsten met culturele ecosystemen. Deze regio’s kenmerken zich door een centrumgemeente (soms meer dan één) die fungeert als cultureel brandpunt. Meestal is dit een grote gemeente, waar een hoog voorzieningenniveau aanwezig is. Omliggende gemeenten vullen dit aan met hun cultuuraanbod. Makers, gezelschappen, galeries, podia en cultuureducatie-instellingen wortelen zich in zo’n stedelijke omgeving. Zij vinden er hun inspiratie, nemen deel aan het sociale en maatschappelijk leven, verbinden zich met andere creatieven en instellingen. Ondernemers nestelen zich in de nabijheid van de culturele bedrijvigheid. Het publiek uit de wijken, dorpen en streken vindt er vrijwel alle voorzieningen waaraan het behoefte heeft.

We kunnen de stedelijke cultuurregio vergelijken met een festivaltent waarvan het doek gedragen wordt door tentpalen. De grote steunberen symboliseren de centrumgemeente(n) met een hoogwaardig voorzieningenniveau. De kleinere palen staan voor omliggende gemeenten en dragen een eigen onderdeel van het doek. Gezamenlijk zorgen zij ervoor dat de tent een compleet en samenhangend cultureel aanbod kan herbergen; een volledig toegeruste habitat waar het goed toeven is.

De stedelijke cultuurregio is als cultureel ecosysteem een interessant aangrijpingspunt voor beleid. Er is in zo’n regio voldoende kritische massa aanwezig om een rijk en veelzijdig cultureel klimaat te ondersteunen. De verwevenheid van voorzieningen maakt het mogelijk om te sturen op samenhang, om tot een taakverdeling over te gaan en om het aanbod af te stemmen. Als gevolg hiervan zijn in zo’n stedelijke regio vrijwel altijd verschillende overheden betrokken. De benadering gaat dus uit van samenwerking tussen gemeenten en provincies en het Rijk, en breekt met het idee dat iedere gemeente of provincie het alleen kan opknappen.

Voor gemeenten en provincies zijn er wat cultuur betreft beperkte wettelijke taken. De reikwijdte en ambities op dit terrein verschillen dan ook flink. Cor Wijn heeft onderzoek gedaan naar het cultuurbeleid in gemeenten. In zijn boek ‘De Culturele Stad’ maakt Wijn een overzichtelijke indeling in drie categorieën, waarin wordt beschreven hoe gemeenten cultuurbeleid inrichten: kernachtig, uitgebreid en alomvattend. 6 Kleine gemeenten tot 30.000 inwoners hebben vaak een kernachtig cultuurbeleid, het gaat hier voornamelijk om basisvoorzieningen. Bij uitgebreid cultuurbeleid, meestal in steden met 30.000 tot 100.000 inwoners, zijn er naast basisvoorzieningen vaak een centrum voor cultuureducatie, een museum, een multifunctionele podiumaccommodatie en voorzieningen op het terrein van beeldende kunst. Gemeenten met een allesomvattend cultuurbeleid hebben minimaal 100.000 inwoners en het cultuurbeleid is daar in het algemeen behoorlijk goed uitgewerkt, met meerdere musea, bioscopen, filmhuizen en een centrum voor cultuureducatie en amateurkunst. De podiumvoorzieningen zijn gespecialiseerd en het aanbod op de podia is divers. In de meeste gevallen kenmerkt zo’n stad zich ook door een aantal voorzieningen met landelijke uitstraling of functie, en door beeldbepalende architectuur en openbare ruimte. Ook zijn er vaak kunstvakopleidingen gevestigd.

Sinds 2004 trekt een groep van negen gemeenten op het gebied van cultuurbeleid gezamenlijk op. Het gaat om Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Eindhoven, Enschede, Groningen, Maastricht, Rotterdam en Utrecht. Deze gemeenten zijn eerder door het ministerie van OCW aangemerkt als culturele kernpunten. Van deze negen gemeenten onderscheiden de vier grote steden in de Randstad zich door de hoeveelheid accommodaties en voorzieningen. Amsterdam heeft een uitzonderlijke positie; de hoofdstad van ons land is in meerdere opzichten een internationaal cultureel en creatief brandpunt dat zich onderscheidt met een uitzonderlijk hoog voorzieningenniveau over de hele breedte. Daarmee heeft Amsterdam zowel nationaal als internationaal een belangrijke positie én verantwoordelijkheid verworven.

Provincies voeren net als gemeenten een eigen cultuurbeleid. Wel hebben zij sinds 2010 wettelijke taken voor bibliotheken en archieven. Voor de overige invulling van het cultuurbeleid zien we bij provincies grote verschillen. De bezuinigingen van het afgelopen decennium hebben veel provincies doen besluiten zich te richten op een beperkt aantal taken. Alleen cultuureducatie, erfgoed en het waarborgen van culturele spreiding en diversiteit in de regio behoren vanaf 2010 nog tot de provinciale kerntaken. In 2015 schetste Kunsten ’92 in de publicatie De Provinciale Staat van het Cultuurbeleid nog een beeld van een bestuurslaag op afstand. 7 Niettemin ziet de raad een kentering. Vrijwel alle provincies zijn actief in het debat over de toekomst van het cultuurbeleid gestapt. 8

Nederland in stedelijke cultuurregio’s

Voor de meeste gemeenten geldt dat zij geen volledig cultureel aanbod kunnen bieden. 9 Daarvoor is de bevolking (en het potentiële publiek) te klein en zijn de investeringen te groot. 10 Het loont dus de moeite om samen te werken met andere gemeenten en de provincie.

Dit besef zien we bij culturele instellingen al enkele jaren bottom-up doorsijpelen. Zo leidt nauwere samenwerking tussen schouwburgen en gezelschappen tot een betere afstemming van de programmering en productie – en daarmee tot een beter publieksbereik. Bij musea zien we die samenwerking tussen nabijgelegen instellingen al wat langer: marketing, communicatie, publiciteit en educatie worden gezamenlijk opgepakt. Soms als eerste stap naar een samenvoeging van de backoffice.

Sinds 1 januari 2017 werken in Den Haag Het Nationale Toneel, NTjong, de Koninklijke Schouwburg en het Theater aan het Spui samen als Het Nationale Theater. Dit jaar is Theater Rotterdam ontstaan uit een fusie van de Rotterdamse Schouwburg, Ro Theater en Productiehuis Rotterdam; de Stadsschouwburg Amsterdam en de Toneelgroep Amsterdam hebben ook het besluit genomen te gaan fuseren. In Groningen werken Club Guy & Roni en het Noord-Nederlands Toneel sinds januari 2017 nauw met elkaar samen.

In de museumwereld slaan eveneens steeds meer instellingen de handen ineen. In Fryslân is in 2017 het Kolleksje Sintrum opgericht, een gezamenlijk depot van de vijf provinciale musea: Fries Museum, Natuurmuseum Fryslân, het Fries Scheepvaartmuseum, Tresoar en het Frysk Lânbou Museum. Een bijdrage uit de regeling ‘Samenwerking Musea’ van het Mondriaan Fonds heeft bijgedragen bij aan de realisatie.

In het hele land zien we initiatieven om het publiek beter te kunnen bereiken en te bedienen. Zo heeft de Metropoolregio Amsterdam in samenwerking met Amsterdam Marketing chatbot Goochem ontwikkeld. Via social media geeft deze tool gerichte suggesties voor culturele activiteiten in Amsterdam en de omliggende regio. Cultuurconsumenten kunnen met de chatbot makkelijker keuzes maken en deelnemen aan cultuur wordt laagdrempeliger. Bovendien laat Goochem alternatieven en minder bekende voorstellingen, optredens of tentoonstellingen zien die op het eerste oog wellicht gemist zouden worden. In Twente werken podia samen aan de Twentse Theater Kassa, een gemeenschappelijk ticketing systeem. Op de website treft de bezoeker het integrale overzicht van het aanbod in Twente aan. Kaartjes voor alle podia kunnen bij de aangesloten theaters worden gekocht. Theaters krijgen op hun beurt een beter inzicht in wensen, profielen en voorkeuren van hun bezoekers en kunnen op basis van deze informatie hun programmering optimaliseren.

In het kielzog van zulke bottom-up-initiatieven volgen overheden. Na het verschijnen van De Cultuurverkenning en Agenda Cultuur is in verschillende regio’s het culturele ecosysteem in kaart gebracht en wordt onderzocht wat de mogelijkheden tot samenwerking zijn. In een enkele regio hebben overheid en culturele instellingen de handen in een geslagen.

Het Gelders Orkest, Introdans, Toneelgroep Oostpool, Musis en Stadstheater Arnhem, de gemeente Arnhem en provincie Gelderland hebben zich verenigd in de Lauwersgracht Alliantie. Deze alliantie bundelt de krachten om de infrastructuur en het aanbod in Arnhem en omgeving beter te benutten en vernieuwing te stimuleren. Deze inhoudelijke samenwerking kan leiden tot één fysieke plek waar de productie en presentatie van de podiumkunsten plaatsvinden. Een ander doel is om intensieve relaties met het (kunstvak)onderwijs, productiehuizen en andere podia en gezelschappen in Oost-Nederland aan te knopen. De Lauwersgracht Alliantie wil met deze inspanningen het publiek in Oost-Nederland beter bedienen en uiteindelijk in breder verband tot een visie op cultuur en maatschappij voor stad en regio komen.

Op basis van deze bottom-up ontwikkeling onderscheiden wij op dit moment circa twaalf tot zestien stedelijke cultuurregio’s. Andere bronnen ondersteunen deze observatie, hoewel we willen benadrukken dat het beeld nog niet stabiel is.

De rapporten Geografische structuur van culturele verzorgingsgebieden van Atelier Tordoir en Pas De Deux? van Regioplan en Atelier Tordoir brengen culturele verzorgingsgebieden en bezoekersstromen in kaart. 11 12 De onderzoekers maken gebruik van schaalniveaus waarop culturele voorzieningen georganiseerd zijn. In eerste rapport zien we drie niveaus: laag, middelhoog en hoog. Pas De Deux? omschrijft vier schaalniveaus: interlokaal, regionaal, interregionaal en interregionaal+. Op het laagste schaalniveau gaat het om voorzieningen als bioscopen en kleine theaters. Het verzorgingsgebied van deze voorzieningen is relatief beperkt. De verzorgingsgebieden worden groter bij meer specialistische voorzieningen en daarmee ook de reisbereidheid van de cultuurconsument. Voor het schaalniveau ‘interregionaal+’ verdelen de onderzoekers Nederland in acht verzorgingsgebieden.

Gerard Marlet en zijn collega’s doen onderzoek naar de aantrekkelijkheid van steden. In de jaarlijks gepubliceerde ‘Atlas van Gemeenten’ inventariseren zij diverse factoren die de aantrekkelijkheid van een stad bepalen; podiumkunsten is een van de vaste indicatoren. Over de periode 2014 – 2017 zien we dat een min of meer gelijkblijvende groep van circa vijftien steden hoog scoort met podiumkunsten. 13

Medebepalend voor de omvang van een stedelijke cultuurregio is de reisbereidheid van cultuurconsumenten. Op het terrein van de reguliere podiumkunsten laat onderzoek van Langeveld e.a. zien dat 75% van het publiek een reisbereidheid heeft van maximaal ongeveer zeventien kilometer. Voor exclusieve, grootschalige en bovenmatig attractieve voorstellingen en concerten is men bereid verder te reizen. De studie illustreert dat het bedieningsgebied van culturele voorzieningen geografisch begrensd is. Het overstijgt de gemeentegrenzen, maar de spanwijdte van de stedelijke cultuurregio wordt door de reisbereidheid van zijn inwoners wel beperkt. 14

Een derde bron die wijst op het bestaan van een aantal culturele ecosystemen in Nederland is de enquête Verkenning stedelijke cultuurregio die wij onder gemeenten hebben gehouden. De respondenten geven aan dat inwoners voor de basisvoorzieningen gericht zijn op de eigen gemeente of een buurgemeente. Voor de meer specialistische faciliteiten wordt, als die niet in de eigen gemeente aanwezig zijn, gebruikgemaakt van voorzieningen in de nabijgelegen stedelijke cultuurregio. De uitkomsten wijzen naar een beperkt aantal bedieningsgebieden voor meer specifieke voorzieningen.

Op onderstaande kaart hebben wij alvast twaalf stedelijke cultuurregio’s, die wij nu zien ontstaan, ingetekend. Binnen deze regio’s trekken gemeenten en provincies samen op als het gaat om afstemming van hun cultuurbeleid. Met de cirkels geven we aan dat de stedelijke regio verder reikt dan gemeente- en provinciegrenzen. Zij omvatten in de regel een behoorlijk compleet cultureel ecosysteem en bedienen een substantiële bevolking. Niettemin zijn de grenzen fluïde en kunnen binnen de cirkels ook duidelijk verschillende culturele identiteiten en schaalniveaus bestaan. Zo slaan in het noorden van het land steden en provincies de handen ineen om hun culturele infrastructuur gezamenlijk zo sterk mogelijk te maken. Dat staat een duidelijk eigen culturele identiteit en cultureel aanbod in Friesland, Groningen of Drenthe niet in de weg. In een regionaal cultureel ecosysteem zijn er ruimte en aandacht voor lokale kenmerken en identiteit.

De kaart is nog niet af. Het gaat, zoals gezegd, om bottom-up initiatieven die nog volop in ontwikkeling zijn. Sommige stedelijke regio’s overwegen samenwerking en afstemming voor een groter gebied dan hier is ingetekend, terwijl voor andere regio’s wellicht een kleinere spanwijdte beter werkt. De raad moedigt gemeenten en provincies aan de samenwerking en juiste schaalgrootte daarvoor verder te onderzoeken.

 

Schets stedelijke cultuurregio’s

Bron: Raad voor Cultuur, november 2017.

Kenmerken van stedelijke cultuurregio’s

De raad heeft met waardering kennisgenomen van de initiatieven die gemeenten en provincies hebben genomen om tot de vorming van stedelijke cultuurregio’s te komen. In Initiatieven stedelijke cultuurregio’s hebben wij een overzicht van deze initiatieven opgenomen. Het overzicht is slechts een momentopname, want de plannen zijn nog volop in ontwikkeling. Maar het geeft wel een indruk van de opzet en invulling die worden gekozen.

Hoewel de initiatieven zich kenmerken door maatwerk – geen regio is immers hetzelfde – ziet de raad ook overeenkomsten. Net als het ringenmodel van Cor Wijnen het schalenmodel van Tordoir, onderscheiden wij in culturele ecosystemen drie lagen die wij typeren als basis, keten en top. 15 16

Basis

Iedere stedelijke regio beschikt over goede basisvoorzieningen. Deze voorzieningen zijn fijnmazig en in meer of mindere mate in alle gemeenten van Nederland aanwezig. Ze zijn onmisbaar voor het optimaal functioneren van culturele ecosystemen. Basisvoorzieningen zijn dicht bij de inwoners van een regio georganiseerd en passen bij de lokale habitat. Het is de humuslaag van het ecosysteem, waar leren en kennismaken centraal staan. Voorbeelden van deze basisvoorzieningen zijn de openbare bibliotheek, monumenten(zorg), archieven, laagdrempelige podia en festivals, voorzieningen voor cultuureducatie en -participatie, lokale media-instellingen of musea (of oudheidkundige kamers). 17 18 Vaak wordt bij deze basisvoorzieningen ook de verbinding gelegd naar andere domeinen, zoals zorg, welzijn en recreatie.

Basisvoorzieningen vormen ook het fundament van de stedelijke cultuurregio. Afhankelijk van de samenstelling van de bevolking, identiteit, particuliere initiatieven en ambitie vult iedere stedelijke cultuurregio dit verschillend in. De raad heeft eerder in Meedoen is de kunst geadviseerd dat voor goed functionerende basisvoorzieningen vijf elementen belangrijk zijn: 19

  1. Locatie
    Zorg voor aantrekkelijke, goed toegankelijke locaties en gebouwen.
  2. Programma
    Waarborg een divers aanbod in het geheel van gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde aanbieders. Betrek hierbij de identiteit van de regio en houd rekening met verschillende bevolkingsgroepen.
  3. Promotie
    Zorg voor verleidingsprogramma’s en bijzondere projecten, waarin mensen kennismaken met de kracht en het plezier van cultuur.
  4. Vindbaarheid
    Faciliteer een (digitaal) netwerk, waarin formele en informele cultuurparticipatie en -educatie plaatsvinden.
  5. Toegankelijkheid
    Faciliteer dat voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn.

Keten

Iedere stedelijke cultuurregio staat voor zijn creatieve kapitaal. Hij komt op voor zijn talenten, schept ruimte voor ontwikkeling en creatieve bedrijvigheid. Kunstvakopleidingen (hoger en middelbaar), talentontwikkeling, ondernemerschap, vernieuwing, experiment en een gezonde arbeidsmarkt: zij vormen de schakels van een keten, waarin talenten tot wasdom komen. Stedelijke regio’s ondersteunen zo’n keten door het beschikbaar stellen of ondersteunen van bijvoorbeeld ateliers, oefenruimten, broedplaatsen, productiehuizen of artist-in-residence programma’s. Ook plekken waar nieuwe kunst, ontwerpen of producties getoond worden, spelen een belangrijke rol in zo’n keten; denk hierbij aan theaters, filmhuizen, bioscopen, muziekpodia, musea, presentatieruimtes, galeries, festivals, kunstencentra of de openbare ruimte.

Sommige schakels in een keten zijn kwetsbaar. Het schrappen van productiehuizen uit de BIS, de verdrukking van werk- en broedplaatsen ten faveure van andere bestemmingen en de kleine budgetten voor presentatie-instellingen of werkplaatsen voor audiovisuele producties kunnen een keten doen breken. 20 Daar komt nog bij dat de arbeidsmarktpositie voor makers en kunstenaars zwak is, waardoor de doorstroming van school of academie naar zelfstandige beroepspraktijk of een baan vaak moeizaam verloopt. 21

De stedelijke regio’s waarmee de raad heeft gesproken, zijn zich hiervan bewust. Omdat het voor één enkele gemeente moeilijk is ketens in de lucht te houden, is samenwerken met buurgemeenten (agglomeratiekracht) een voor de hand liggende oplossing. Een inventarisatie van de behoeften naar en aanbod van (bestaande) voorzieningen kan al snel de zwakke plekken in een keten blootleggen. Betere samenwerking tussen gemeenten en provincies in een stedelijke regio levert completere ketens op voor talentontwikkeling in verschillende disciplines. Stedelijke cultuurregio’s kunnen er voor kiezen niet voor alle disciplines ketens te faciliteren. Overleg met stedelijke cultuurregio’s in de buurt kan ervoor zorgen dat ontbrekend aanbod toch op een redelijke afstand beschikbaar is.

In Limburg werken culturele instellingen uit Heerlen, Maastricht en Sittard-Geleen samen met de provincie aan het vormgeven van de Stedelijke Cultuurregio Zuid (SCRZ). Voor iedere culturele keten in de SCRZ zijn werksessies gehouden om helder te krijgen hoe verbindingen liggen, wat witte vlekken zijn, welke potentie aanwezig is en wat de culturele strategieën zijn. Er zijn drie groepen experts uit de cultuursector, het bedrijfsleven en de overheid actief die in gezamenlijkheid de propositie formuleren voor de cultuurregio. Met elkaar willen de partners cultuur in de samenleving verankeren, elkaars kracht benutten en bepalen wat er nodig is om als speler binnen het toekomstige nationale cultuurbestel van betekenis te zijn. Maar ook voor het midden en noorden van Limburg speelt de SCRZ een rol van betekenis, net als voor de Euregio. Motivatie, innovatie, uitdaging en draagkracht vanuit het culturele veld, bedrijfsleven onderwijs en overheid zijn de sleutelwoorden.

In het noorden hebben de podiuminstellingen in nauw overleg met de provincies en vier steden (Assen, Emmen, Groningen en Leeuwarden) het talentontwikkelingsprogramma Station Noord opgezet. Tien BIS- en fondsinstellingen bieden talent de mogelijkheid zich te ontwikkelen. Dit initiatief is een investering in een levendig cultureel klimaat en in het talent van de toekomst. De noordelijke overheden financieren deze alliantie; het Fonds Podiumkunsten zorgt voor matching.

Filmmuseum EYE heeft een landelijke coördinerende rol voor filmeducatie. Om het onderwijs in het hele land beter te kunnen bedienen met filmeducatie en film maken, is met Filmtheater Lux in Nijmegen een samenwerking gestart om te onderzoeken hoe dit theater de rol van filmeducatie-hub in de regio Gelderland op zich kan nemen. Het voornaamste doel van de hub is om filmeducatie beter te laten aansluiten bij het bestaande film- en beeldeducatie-aanbod in het onderwijs. Daarnaast richt de hub zich op programma’s voor talentontwikkeling, cursussen, labs, lezingen en debatten voor een breed publiek.

De ontwikkeling van de spoorzones in steden in Brabant heeft ruimte geboden aan de ontwikkeling van urban art. Zo is op Strijp-S in Eindhoven een urban park ontstaan en heeft de stad ervoor gekozen om die plek een permanente urban-functie te geven. Het genre is van buurthuis tot theater goed verankerd in de Brabantse culturele infrastructuur.

Top

Iedere stedelijke cultuurregio zorgt voor een cultureel aanbod dat past bij zijn regio: bij zijn makersklimaat, zijn publiek, zijn identiteit. We zien gespecialiseerde musea waaronder een museum voor moderne kunst, meerdere podia voor specifiek aanbod en wijktheaters, faciliteiten voor popmuziek, één of meer filmhuizen en bioscopen, kunstvakopleidingen, kunstuitleen (gesubsidieerd of commercieel), presentatieruimtes en goede voorzieningen voor cultuureducatie. Naast publiek aanbod zien we ook een substantieel privaat gefinancierd aanbod.

In deze laag zien we ook een cultureel aanbod van buitengewone kwaliteit, met (internationale) uitstraling of een onderscheidend artistiek profiel en een grote aantrekkingskracht op publiek van buiten de regio en landsgrenzen. Denk bijvoorbeeld aan een gespecialiseerde muziekvoorziening, een groot festival of een internationaal vermaard museum. Tot deze voorzieningen behoren ook initiatieven en projecten die in een specifieke omgeving tot hun recht komen, zoals bijvoorbeeld festivals op de Waddeneilanden of de landschapskunst in Flevoland.

Onder de naam FUNDATIEfusions organiseert museum De Fundatie jaarlijks een serie kleine tentoonstellingen op openbare plekken in Overijssel. De tentoonstellingen zijn van een kwalitatief hoog niveau maar laagdrempelig. De focus is gericht op een brede doelgroep met speciale aandacht voor jong publiek, doordat scholen nadrukkelijk worden gekozen als locatie. In 2017 presenteerde het museum zich op Lowlands en theaterfestival De Parade.

De identiteit en het karakter van een regio als een belangrijke leidraad voor cultuurprojecten zien we in de drie noordelijke provincies. ‘Sense of Place’ van Joop Mulder is zo’n project dat met cultuur diverse vraagstukken op het gebied van landschapsontwikkeling, natuurbeheer, community art, beeldende kunst, architectuur en erfgoed in het noorden aan de orde stelt. Andere voorbeelden die het landschap en biodiversiteit als uitgangspunt nemen, zijn ‘Waste NO Waste’ van Claudy Jongstra, dat voornamelijk in Groningen plaatsvindt, en ‘Kening fan ‘e Greide’, dat net als ‘Sense of Place’ de drie noordelijke provincies als uitvalsbasis heeft. De projecten maken deel uit van het programma van Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad 2018.

De Grote Kerk van Veere zet in op een nieuw cultuurpodium en festivalhuis van Zeeland en wil daarnaast een (inter)nationale rol gaan spelen. De kerk biedt een podium aan een hoogwaardige en exclusieve programmering en wil daarmee een breed publiek aan zich binden. Dat doet het onder meer door langjarige afspraken te maken met lokale partners als CBK Zeeland, Film by the Sea en University College Roosevelt, maar ook met landelijke culturele instellingen als Het Nationale Ballet, Eye en Amsterdam Sinfonietta. Naast de culturele impuls die de Grote Kerk gaat genereren moet het de Zeeuwse economie en de aantrekkingskracht van de provincie een boost geven.

The Notorious IBE is een internationaal meerdaags dansfestival in Heerlen dat zich richt op dansstijlen die een link hebben met hiphop en urban. Jaarlijks trekt het festival meer dan 12.500 bezoekers van alle leeftijden uit de hele wereld. Het festival beschikt over een groot sociaal netwerk en zet daarmee het hele jaar door deze cultuurvorm in de schijnwerpers. ‘Each One, Teach One’ is het credo van het festival. Beoefenaars uit de voorgaande generaties geven de beoefenaars uit huidige en nieuwe generaties hun skills en kennis door.

Topvoorzieningen staan niet op zichzelf. Zij zijn meestal geworteld in een rijke lokale cultuur van amateur- en semiprofessionele activiteiten, kunstacademies, conservatoria, podia en festivals. De top inspireert op zijn beurt weer de basis. Daarmee is de cirkel van het ecosysteem rond.

Aanbevelingen

Aan gemeenten en provincies
Onderzoek samen met het culturele veld de kenmerken, omvang en reikwijdte van culturele ecosystemen binnen en tussen gemeente- en provinciegrenzen. Ga na waar samenwerking mogelijk is om tot een beter afgestemd cultuuraanbod te komen. Laat je inspireren door de initiatieven die op dit moment in het hele land genomen worden.

Aan de minister van OCW
Gebruik stedelijke cultuurregio’s als partners voor het realiseren van de doelstellingen van cultuurbeleid. Zulke regio’s hebben voldoende agglomeratiekracht om een compleet cultureel ecosysteem in stand te houden. Ze kunnen inspelen op de samenstelling en behoefte van de bevolking, en rekening houden met het lokale makersklimaat.

Capturing Cultural Value.
Holden, J., 2004

California’s Arts and Cultural Ecology.
Markusen, A., 2011

The Ecology of Culture.
Holden, J., 2015

Enriching Britain.
Warwick Commission, 2015

De Warwick Commission is in 2007 opgericht door de Universiteit van Warwick en heeft als doel academische kennis en expertise om te zetten in praktische handvatten.

De Culturele Stad.
Wijn, C., 2013

De Provinciale Staat van het Cultuurbeleid.
Kunsten ‘92, 2015

Bijlage: Initiatieven stedelijke cultuurregio’s

Op 1 januari 2017 telt Nederland 388 gemeenten en 3 openbare lichamen (BES-eilanden) (bron CBS). Meer dan de helft van deze gemeenten heeft niet of nauwelijks cultuurbeleid belegd in de organisatie. Bijlage: Enquête verkenning stedelijke cultuurregio.

Het rapport stelt dat stads- en regio-overstijgende verbanden en regio’s zonder voldoende marktbereik voor gespecialiseerd cultureel aanbod goed van elkaar kunnen profiteren. Voorwaarde hierbij is een uitstekende onderlinge bereikbaarheid. Verder stelt het rapport dat dit principe kans van slagen heeft als aan aanbodzijde wordt samengewerkt en afgestemde keuzes ten aanzien van specialisatie en taakverdeling worden gemaakt dat gericht is op complementariteit in het interstedelijk verband.
Pas de deux? Tordoir, P.P., Poorthuis, A., Renooy, P., 2017

Geografische structuur van culturele verzorgingsgebieden.
Tordoir, P.P., Poorthuis, A., 2016

Pas de deux? Tordoir, P.P., Poorthuis, A., Renooy, P., 2017

Atlas van Gemeenten.
Marlet, G., Woerkens, C., 2014 – 2017

Performing arts attendance and geographic adjacency.
Langeveld, C.,
Stiphout, M. van, 2013

De Culturele Stad.
Wijn, C., 2013

Geografische structuur van culturele verzorgingsgebieden. Tordoir, P.P., Poorthuis, A., 2016; Pas de deux? Tordoir, P.P., Poorthuis, A., Renooy, P., 2017

Bibliotheekwet.
Ministerie van OCW, overheid.nl

Mediawet. Ministerie van OCW, overheid.nl;
Advies Concessiebeleidsplan 2017 – 2025
Raad voor Cultuur, 2017.

Meedoen is de kunst
Raad voor Cultuur, 2014.

In 2013 zijn alle productiehuizen uit de BIS geschrapt; in 2017 zijn er drie teruggekeerd: Frascati; De Nieuwe Oost en Talentontwikkeling Theater Rotterdam.

Verkenning arbeidsmarkt culturele sector, 2016;
Passie gewaardeerd, 2017,
SER en Raad voor Cultuur