Voorwoord

Muziek in Nederland, waar hebben we het dan over? De muzieksector is groot en Nederlandse artiesten en ensembles brengen samen een lange, gevarieerde speellijst in praktijk. Op een willekeurige dag tijdens het opstellen van dit advies klinken tegelijkertijd Janáčeks ‘Ave Maria’ door Cappella Amsterdam en ‘Nobody’s Wife’ van Anouk over de radio (respectievelijk op NPO Radio 4 en 2). In de avond treden in het Urban House Groningen hiphoppers Fresku en MocroManiac op, terwijl in Muziekgebouw Eindhoven philharmonie zuidnederland stukken speelt van Lindberg, Stravinsky, Nielsen en Ravel.

In deze analyse beschouwt de raad de muzieksector in die volle breedte. We kijken naar klassieke en hedendaagse gecomponeerde muziek, jazz en geïmproviseerde muziek, popmuziek, wereldmuziek, urban muziek, dance en elektronische muziek, jeugdmuziek en amateurmuziek. Gezien de omvang en complexiteit van al die deelsectoren is het onmogelijk om binnen het bestek van één rapport volledig recht te doen aan alle ontwikkelingen en noden binnen de muzieksector, daarvan zijn wij ons zeer bewust. Toch menen wij er goed aan te doen nu eens een integrale visie te formuleren op de muzieksector, anders dan de raad tot nu toe heeft gedaan. 1

Die gedachte hangt samen met een aantal ontwikkelingen die we horen op de podia, maar die we niet in muziekbeleid zien vertaald. Moet alles wat uit de boxen schalt subsidie krijgen? Niet zonder meer. Moet het muziekbeleid worden afgestemd op wat er in de volle breedte in de muziek in Nederland gebeurt? Jazeker. Te lang is alleen maar gekeken naar de muziek die al deel uitmaakt van het bestel. En dan vooral naar hoe men vond hoe die muziek zou moeten klinken. Dat heeft een verkokerde visie opgeleverd op de muzieksector en op wat daarin gebeurt. Daar willen we mee afrekenen, omdat muziekbeleid volgens ons veel meer teweeg kan brengen dan het nu doet.

Door de vele muzikale genres in samenhang te bekijken, zien we ook hoe ze elkaar beïnvloeden en voeden. Tussen al die deelsectoren staan namelijk geen stalen hekken. Urban artiesten shoppen in de symfonische traditie; wereldmuziek en pop lopen vaak samen op; sommige artiesten leggen zich toe op geïmproviseerde én hedendaags gecomponeerde muziek – de recente winnaar van de Boy Edgar Prijs 2017, Martin Fondse, is hier een mooie exponent van. We kunnen allang niet meer beweren dat er een hard onderscheid bestaat tussen ‘klassieke’ en ‘populaire’ muziek, of tussen ‘ernstige’ en ‘lichte’ muziek; er is hooguit onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ tonen. En die verdienen allemaal ons oor.

Om die reden bekijken we dus de sector in zijn geheel. Onze hoofdfocus is daarbij de creatieve kracht van de muzieksector en alle werkenden daarin, die zich vertaalt in een groot artistiek, maatschappelijk en economisch gewin. De motor waar de muzieksector op draait, zijn de artistieke geesten die met een onmetelijke liefde voor muziek dag na dag, avond na avond met hun beste kunnen de muziek in Nederland laten klinken. Zij tonen ons een bloeiende, levendige sector, maar evenzeer vele knelpunten die om een oplossing roepen. Knellende subsidie-eisen, slechte arbeidsmarktomstandigheden, het feit dat de muzieksector lang niet voor iedereen toegankelijk is, dat het huidige beleid samenwerking in de sector tegenwerkt en dat genres, musici en deelsectoren zich vaak onvoldoende gehoord voelen in het debat.

Niet overal hebben we nu al pasklare antwoorden op. Sommige vraagstukken presenteren we in dit stadium liever als denkstuk. Aan de minister, aan de sector, aan de fondsen en aan de overige overheden. Wij roepen hen op om met elkaar en met ons in gesprek te blijven. Zodat we in 2021 en verder met een beter op de muzieksector afgestemd beleid kunnen beginnen.

Tot slot past ons een dankwoord. Allereerst natuurlijk aan de commissie muziek, die zich van een omvangrijke taak heeft gekweten door dit advies te helpen opstellen: voorzitter Sander van Maas en commissieleden Shane Burmania, Kees Dijk, Maike Fleuren, Henca Maduro, Mark Minkman, Tineke Postma, Jeroen Vanacker, Zafer Yurdakul en Willem van Zeeland. Als ergens de afgelopen maanden de urban, de pop, de jazz, de klassieke en de hedendaagse muziek samen aan tafel zaten, dan was het wel in deze groep muziekprofessionals. Zonder hun ervaring, denkkracht en durf hadden wij dit advies niet tot stand kunnen brengen.

Daarnaast bedanken wij ook alle gesprekspartners die ons tijdens dit traject gevraagd en ongevraagd van advies hebben gediend: de vele musici, artiesten, componisten, programmeurs, orkest- en ensembledirecties, festivalorganisatoren, journalisten, belangenverenigingen en koepels die bereid waren ons een inkijk te geven in hun praktijk, hun zorgen met ons te delen en ons hun ideeën aan te dragen. Zij hebben ons in een relatief kort tijdsbestek een zeer rijk beeld van hun werkpraktijk getoond.

Marijke van Hees, voorzitter
Jeroen Bartelse, directeur

 

De titel van dit advies, ‘De balans, de behoefte’,
is ontleend aan het nummer ‘Surfen’ van Typhoon,
onderdeel van het album Lobi Da Basi (2014).

In onze meest recente sectoranalyse muziek (2011) besteedden we hoofdzakelijk aandacht aan het rijksgesubsidieerde muziekaanbod en kwamen andere genres slechts zijdelings aan bod.

Voorwoord Muziek in dialoog Hoofdaanbevelingen