De museumsector vanuit
maatschappelijk perspectief

We analyseren hieronder hoe musea zich tot de samenleving verhouden. We gaan in op het bezoek aan musea, de samenwerkingen die zij aangaan met elkaar en andere organisaties, en educatie en participatie. We zien een toename van het museumbezoek en constateren inventieve strategieën om nieuwe generaties aan te spreken. De komende jaren zullen, wat de maatschappelijke waarde van musea betreft, in het teken staan van het diversiteitsvraagstuk, stakeholdersmanagement, duurzaamheid en de afstemming tussen musea en het onderwijs. Tot slot doen we aanbevelingen aan de overheden en de sector.

Publieke waarde

Het bezoek aan de Nederlandse musea is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen: van ruim 20 miljoen bezoeken in 2007 naar 34,4 miljoen bezoeken in 2016. 1 2 De hechte band met het Nederlandse publiek blijkt ook uit het aantal Museumkaarthouders. In tien jaar tijd is het aantal verkochte kaarten bijna verdrievoudigd, van 450.000 in 2006 naar bijna 1,3 miljoen in 2016. 3 4 Het aantal Nederlanders dat een museum bezoekt, is internationaal gezien hoog. Het meest recente onderzoek laat zien dat 60 procent van de Nederlanders in 2013 minstens één museum of galerie bezocht, tegenover 37 procent elders in Europa. Daarmee staat Nederland samen met Zweden en Denemarken in de top drie. 5

Musea zitten qua publiekbereik voorlopig in een vrij comfortabele positie. Ze profiteren de komende jaren van de 50-plussers die veel belangstelling hebben voor cultuur. Toch moeten musea rekening houden met het publiek van de toekomst, dat vaak op een andere manier aankijkt tegen erfgoed en de traditionele wijze waarop dat wordt gepresenteerd. 6 Dat zorgt voor een balanceeract: enerzijds moet men het publiek aan zich blijven binden dat het museum beschouwt als een contemplatieve plek waar je je tussen kunstwerken en erfgoedobjecten kunt spiegelen aan je eigen en andere culturen. Die functie mag niet verloren gaan. Anderzijds hebben nieuwe generaties over het algemeen een andere culturele canon, een meer dynamische beeldcultuur, andere interesses en een andere vrijetijdsbesteding. Het is voor musea een uitdaging om aantrekkelijk te zijn voor alle generaties, jong en oud.

Musea zullen zich continu moeten afvragen hoe zij het draagvlak in de samenleving op de lange termijn kunnen behouden. 7 De mogelijkheden zijn er, want musea zijn bij uitstek dragers van diversiteit: bij hun collecties hoort een veelzijdig scala aan verhalen die mensen en gemeenschappen van verschillende culturele achtergronden, leeftijden en seksuele voorkeuren (online) met elkaar kunnen verbinden. Het is de kunst om de collectie van een nieuwe context te voorzien en voor andere publieksgroepen aansprekend te maken. De raad ziet twee strategieën waarmee musea een dergelijke meerstemmigheid kunnen inbedden: door buiten de muren van het museum te treden en door de samenleving meer tot het museum toe te laten.

Buiten de eigen muren treden

Er zijn veel goede voorbeelden van musea die nieuwe strategieën ontwikkelen om hun actuele waarde te verstevigen. Een van de beproefde manieren is om buiten de eigen muren te treden. Zo hebben het Rijksmuseum en NEMO dependances ingericht op Schiphol. Dit soort vooruitgeschoven posten (‘pop-up musea’) zijn tegenwoordig op vele plekken te zien, zoals in bibliotheken, warenhuizen, stationshallen of op festivals als de Parade, Pinkpop, Noorderzon en Lowlands. Ook de tijdelijke buurtwinkels die het Amsterdam Museum in de Indische Buurt en Amsterdam Noord had geopend, waren pogingen om een verbinding aan te gaan met de lokale bevolking en hen te laten nadenken over de waarden in hun eigen omgeving. Of denk aan de manier waarop Museum Catherijneconvent met ‘Het grootste museum van Nederland’ religieus erfgoed in situ ontsluit.

Een ander voorbeeld van een museum zonder gebouw is het Amsterdamse initiatief ‘Museum zonder Muren’. Dit initiatief ziet een wijk, buurt of gebied als museum en inspiratiebron voor het maken van programma’s en tentoonstellingen. Ook Museum Rotterdam richt zich op een groot bereik in de stad. Het bouwt een collectie op die niet in het museum staat, maar nog een actieve rol speelt bij de oorspronkelijke eigenaren. We zien veel kansen voor musea om naar buiten te treden in de wijk en de stad. In dit verband zijn er voor stedelijke regio’s goede aanknopingspunten om dit samen met musea te initiëren. Overigens ligt het niet voor alle musea voor de hand om buiten de eigen muren te programmeren, bijvoorbeeld als het gebouw een centrale rol speelt in de presentatie.

De deuren open zetten

Daarnaast kunnen musea de samenleving meer binnenlaten. Er zijn groepen Nederlanders die potentieel publiek kunnen zijn, maar zich onvoldoende uitgenodigd voelen om een museum te bezoeken. Het is de uitdaging om niet zozeer aanbod vóór hen, maar mét hen te maken. Musea kunnen met specifieke gemeenschappen in gesprek gaan en tentoonstellingen ontwikkelen waarmee ze op een nieuwe manier sociale inclusiviteit en meerstemmigheid organiseren. 8 Dat kan ook door gastcuratoren uit te nodigen. Zo had het Amsterdam Museum in 2016 een jonge curator gevraagd om een tentoonstelling samen te stellen over ‘zwarte rolmodellen’ in de stad, waardoor de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap de weg vond naar het museum. De voorbereiding van deze tentoonstelling confronteerde het museum ook met zijn identiteit, zijn huidige publiek en zijn personeelsbestand.

Een andere manier om een dynamische wisselwerking tussen het museum en de samenleving tot stand te brengen, is door ‘ambassadeurs’ uit verschillende wijken aan te stellen die hun achterban bij het museum betrekken. Deze ambassadeurs vervullen een brugfunctie tussen het publiek en het museum. 9 De raad ziet voor musea ook een rol weggelegd in het bereiken van kwetsbare groepen. Een bekend voorbeeld hiervan is de samenwerking van het Van Abbemuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam met het Alzheimer-programma, speciaal bedoeld voor mensen met Alzheimer en hun mantelzorgers. Foam bood in 2016 plek aan twaalf dove deelnemers die intern werden opgeleid tot museumgids en daarna in negen Amsterdamse museale instellingen rondleidingen verzorgden voor dove bezoekers. Het project ‘Musea in Gebaren’ wordt in 2018 landelijk uitgevoerd. 10

Een kwalitatieve benadering van het publiek

Al deze voorbeelden laten zien dat de sector via nieuwe presentatievormen en verbindingen met het publiek zorgt voor een meerstemmige benadering van de collectie. De innovatieve kracht waarover veel musea beschikken, wordt hierbij optimaal ingezet. Vooraf is succes nooit verzekerd, maar de ambitie om nieuwe strategieën te ontwikkelen is belangrijk.

Publieksaantallen spelen een grote rol in het maatschappelijk debat, als houvast voor subsidieverleners. Volgens de raad staat de fixatie op meetbare doelstellingen, zoals publieksaantallen en eigen inkomsten, op gespannen voet met het bereiken van nieuwe doelgroepen. Het zou niet alleen moeten gaan om hoeveel mensen je wilt bereiken, maar vooral om wie je wilt bereiken. Dat betekent dus eerder een kwalitatieve, dan een kwantitatieve benadering van het publiek. 11 Dat is voor elk museum anders, zodat de doelgroepen passen bij het profiel van het museum en zijn omgeving.

Dit betekent niet dat we verwachten dat musea alle bevolkingsgroepen kunnen bedienen, maar wel dat zij elkaar daarin aanvullen. Het vergt namelijk een enorme inspanning om nieuwe doelgroepen te bereiken. De waarde hiervan is minder goed in financieel-economische termen uit te drukken, maar heeft vooral maatschappelijke betekenis. Overheden zouden musea hiervoor meer ruimte moeten geven.

Het is van groot belang dat musea zicht hebben op de resultaten van hun strategieën om nieuw publiek te bereiken. Daarom pleit de raad voor extra middelen om te verkennen waar de museale behoeften van verschillende doelgroepen liggen, wat het effect is van specifieke programma’s en om te zorgen voor een lerend vermogen voor de sector door resultaten en goede voorbeelden met elkaar te delen.

Code Culturele Diversiteit

Willen musea daadwerkelijk verandering teweegbrengen op het gebied van publieksbereik, dan is het cruciaal om structureel aandacht te besteden aan het diversiteitsvraagstuk. Dit gaat verder dan het op projectbasis aantrekken van divers publiek. Het gaat om het leren kennen van doelgroepen, als onderdeel van de (marketing)activiteiten van musea. Ook achter de schermen en bij het aanspreken van sponsors is het van groot belang te werken aan diversiteit.

Een stap in de goede richting is in 2011 gezet met de invoering van de Code Culturele Diversiteit (CCD). 12 De CCD biedt een kapstok om integraal op het terrein van personeel, publiek, programma en partners diversiteitsbeleid te ontwikkelen. In het advies over de Basisinfrastructuur 2017 – 2020 constateerde de raad nog dat veel instellingen te weinig invulling geven aan de code. 13 Hij is van mening dat de aandacht voor culturele diversiteit de komende jaren moet toenemen. De raad pleit er dan ook voor om de toepassing van deze code voortaan als een apart subsidiecriterium in de beoordelingssystematiek te verwerken. De subsidieaanvragen van musea zullen dan worden getoetst op de wijze waarop instellingen daadwerkelijk handen en voeten geven aan de code, die het principe volgt van ‘pas toe of leg uit’.

Het is daarbij essentieel om personeel, publiek, programma en partners in samenhang met elkaar te zien. Het is lastig om publiek met een andere culturele achtergrond te werven, zonder in te grijpen in het inhoudelijke beleid van een museum. En zulke veranderingen kunnen pas effectief worden als de organisatie zelf ook cultureel divers is samengesteld. Tot onze spijt constateren we dat musea nog weinig personen met een migratieachtergrond in de backoffice hebben. Een cultureel diverse museumorganisatie kan helpen een veelzijdig publiek aan te spreken dat zich herkent in het aanbod.

Samenwerking

Sinds een aantal jaren is ‘samenwerking’ het toverwoord wanneer musea wordt gevraagd om zich te verbreden en te verdiepen. In haar Museumbrief noemt toenmalig minister Bussemaker samenwerken ‘de sleutel voor succes’. 14 Om deze samenwerking te stimuleren, heeft het Mondriaan Fonds een Bijdrage Samenwerking Musea. In de periode 2013 – 2016 is via deze regeling aan 94 samenwerkingsprojectenbijgedragen. 15 Sinds 2017 is het budget hiervoor gehalveerd tot 1 miljoen euro per jaar, met de eis dat lokale overheden de bijdrage van het fonds matchen. Uit de praktijk blijkt dat het aantal aanvragen sindsdien is afgenomen: van 45 aanvragen in 2016 naar 13 in 2017. De eis van matching lijkt een belemmerende factor te zijn. Ook voor het vergroten van de maatschappelijke waarde van kunst en erfgoed heeft de landelijke politiek een impuls gegeven. Het ministerie van OCW heeft voor de jaren 2015 en 2016 7 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het programma ‘The Art of Impact’ dat kunstprojecten met een maatschappelijke effect stimuleerde. 16

De raad heeft in het verleden ook gewezen op het belang van samenwerking. In het museumadvies ‘Ontgrenzen en Verbinden’ pleit de raad voor een museaal bestel waarin samenhang en samenwerking meer aandacht krijgen. 17 De raad beschreef in ‘Agenda Cultuur’ hoe samenwerking ertoe kan bijdragen dat de zichtbaarheid van collecties wordt vergroot en dat er een groter of ander publiek bereikt kan worden. 18 We constateren tot ons genoegen dat musea de afgelopen jaren enorm veel nieuwe samenwerkingen zijn aangegaan. Soms heeft samenwerking ook de vorm gekregen van een fusie, zoals bij volkenkundige musea als het Tropenmuseum en het Wereldmuseum die met het Museum Volkenkunde samen als Museum van Wereldculturen verdergaan.

Bij de meeste musea is samenwerking een integraal onderdeel geworden van de core business. Samenwerking geeft een impuls aan nieuwe betekenissen van collecties en zorgt ervoor dat musea sterker in de maatschappij staan. Musea werken veel samen met collega-musea, bijvoorbeeld voor een gezamenlijke tentoonstelling, bruikleenverkeer, beheer en behoud, gezamenlijk aankopen of het vergroten van publieksbereik. Ook zijn er verschillende netwerken waarin musea wetenschappelijke kennis delen, zoals NICAS, Stichting Behoud Moderne Kunst en CODART. Daarnaast werken musea samen met andere culturele instellingen, maatschappelijke partners en het bedrijfsleven. Ook lokaal, zoals met buurthuizen en scholen, of juist internationaal zoeken musea naar samenwerkingspartners.

Samenwerking die vanuit allerlei perspectieven en met allerlei doelen wordt gezocht, wordt tegenwoordig ook wel development of stakeholdersmanagement genoemd – in het Rijksmuseum is hiervoor in 2016 zelfs een directieplek ingeruimd. Daaronder vallen ook sponsorrelaties, vriendenverenigingen en samenwerkingen met universiteiten. We beschouwen dit als een geslaagde manier om samenwerking naar een hoger niveau te tillen, waarbij het gemeenschappelijke kenmerk is dat het museum verbindingen legt met andere actoren in de samenleving. Samenwerking is inmiddels een term geworden voor uiteenlopende activiteiten, die eigenlijk niet onder één noemer kunnen worden gebracht. De vraag is niet meer of musea voldoende samenwerken, maar of het juiste resultaat wordt bereikt.

De raad is van mening dat internationale samenwerkingen verder benut kunnen worden. Musea zijn een belangrijke plek waar Nederland als onderdeel van Europa en de wereld begrepen kan worden. We wijzen erop dat de Europese Unie via een programma als ‘Creative Europe’ als medefinancier kan optreden. Europese samenwerkingen kunnen de scope van Nederlandse musea verbreden en zorgen voor een sterkere worteling in de omringende landen.

Educatie en participatie

Zoals de raad beschrijft in ‘De Cultuurverkenning’ en ‘Agenda Cultuur’, is cultuureducatie een noodzakelijke voorwaarde voor effectief cultuurbeleid. Via cultuureducatie verwerven mensen, jong en oud, competenties die zij nodig hebben om volwaardig deel te kunnen nemen aan een complexe, pluriforme en snel veranderende samenleving. 19 In een gezamenlijk advies benadrukken de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad het belang ervan: cultuureducatie op school maakt kunst en cultuur toegankelijk voor leerlingen die dit van huis uit niet meekrijgen en draagt bij aan de ontwikkeling van vaardigheden als analyseren, creëren en reflecteren. 20 In de meest recente museumbrief, ‘Samen werken, samen sterker’, schrijft toenmalig minister van OCW, Jet Bussemaker, dat educatie een zaak is die permanente aandacht verdient. In het verlengde hiervan heeft zij de Museumeducatie Prijs in het leven geroepen voor het beste samenwerkingsproject tussen scholen en musea. 21

Het museumbezoek in schoolverband zit al een aantal jaren in de lift: tussen 2011 en 2016 is dit aantal bezoeken gestegen van 1,17 miljoen naar ruim 2 miljoen. 22 In het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ wordt in de paragraaf over cultuur aandacht besteed aan cultuureducatie, in relatie tot de Nederlandse identiteit en de wijze waarop we in tijden van globalisering en onzekerheid houvast kunnen vinden. Net als het leren van het Wilhelmus op school en een bezoek brengen aan het parlement, wordt ook een bezoek aan het Rijksmuseum genoemd. 23 Hiermee krijgt museumbezoek een prominente plek in de cultuurplannen van de nieuwe regering. Volgens ons zou een dergelijk bezoek zich niet moeten beperken tot één museum. De huidige minister van OCW, Ingrid van Engelshoven, gaf tijdens het debat over de cultuurbegroting 2018 vergelijkbare interpretatie van het regeerakkoord. Volgens Van Engelshoven is een bezoek aan het Rijksmuseum geen verplichting, maar alle scholen krijgen wel het aanbod. 24 In haar visiebrief kondigt ze aan extra middelen beschikbaar te stellen voor schoolbezoek aan musea. 25 Scholen kunnen beginnen met te onderzoeken welk aanbod er in de buurt beschikbaar is. Met ‘Cultuureducatie met Kwaliteit’ kunnen basisscholen zelf kiezen uit regionale projecten waarbij zij willen aansluiten. 26

We zijn onder de indruk van de kwaliteit van de educatieprogramma’s van musea. De raad vindt het een goede zaak dat musea gebruikmaken van interactieve benaderingen in educatieprogramma’s, zodat bezoekers – zowel kinderen als volwassenen – op een actieve manier en spelenderwijs oefenen met vaardigheden en leren over de (geschiedenis van de) museumcollectie en de verhalen hierover. Een mooi voorbeeld is het Lorentz Lab in Teylers Museum, waar bezoekers via een theatrale tour kennismaken met de natuurkundige collectie van Lorentz. 27 In het Van Abbemuseum konden bezoekers met de workshop ‘Doe-het-zelf Archief’ kunstwerken van rekken pakken en zelf een tentoonstelling samenstellen. 28

Museumeducatie heeft de potentie om aan te sluiten bij uiteenlopende schoolvakken. Het meest voor de hand liggend zijn de vakken geschiedenis en kunstgeschiedenis, maar er zijn ook musea die educatieprogramma’s verzorgen op het gebied van natuurkunde (zoals Teylers Museum, Rijksmuseum Boerhaave en NEMO), aardrijkskunde (bijvoorbeeld GeoFort), muziek (onder andere Museum Speelklok) en biologie (denk aan Naturalis Biodiversity Centre of Micropia). Tegelijkertijd merken we op dat sommige musea minder geschikt zijn voor educatie of bepaalde educatiedoelgroepen, bijvoorbeeld omdat de inhoud zich daarvoor niet goed leent.

We zien dat er steeds meer overleg plaatsvindt tussen musea onderling en tussen musea en scholen. We vinden wel dat er nog meer afstemming mogelijk is, zodat musea kunnen aansluiten bij de vraag uit het onderwijs. Het is zorgelijk dat veel basis- en middelbare scholen vaak onvoldoende verantwoordelijkheid voelen voor cultuureducatie en hiervoor niet genoeg ruimte maken in het lesprogramma. Daarbij gaan er flinke kosten gemoeid met het vervoer naar musea, waardoor de drempel hoog is om met scholieren een bezoek te gaan brengen.

Er zijn voorbeelden van succesvolle initiatieven om het vervoer te faciliteren, zoals de Museumpleinbus. 29 Zo’n voorziening kan zorgen voor meer belangstelling vanuit het onderwijs om naar musea te gaan. We denken dat verbanden binnen stedelijke regio’s hierbij van belang zijn. We pleiten ervoor dat het onderwijs en de musea binnen regionale verbanden met elkaar samenwerken en tot een goede afstemming komen welke musea het beste educatieve programma’s en leerlijnen kunnen ontwikkelen voor specifieke leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus. Zowel het primair als het voortgezet onderwijs kan hierbij worden betrokken, waarbij vooral de vmbo- en mbo-opleidingen niet vergeten moeten worden. De raad is van mening dat in iedere regio een gevarieerde mix van musea aanwezig is voor de verschillende opleidingen. Op deze manier kan ook een oplossing gevonden worden voor het overaanbod in sommige gemeenten: spreiding in focus kan dubbelingen voorkomen.

Vrijwilligers

Een grote betrokkenheid vanuit de maatschappij blijkt uit de talloze vrijwilligers die zich inzetten voor musea. Veel musea kunnen zonder hen niet bestaan; de belangrijkste reden om met vrijwilligers te werken, is dan ook van financiële aard. Daarnaast hebben vrijwilligers veel expertise en zijn ze belangrijk voor het draagvlak in de (lokale) samenleving. De meest voorkomende taken van vrijwilligers zijn gericht op educatie en presentatie, publieksfuncties en collectiebeheer- en behoud. Het merendeel van de vrijwilligers is zestig jaar of ouder. 30

We hebben waardering voor de grote hoeveelheden vrijwilligers die in musea actief zijn. In de hele cultuursector is het aantal vrijwilligers toegenomen, maar in de museumsector is deze stijging procentueel het grootste: van bijna 20.000 vrijwilligers in 2005 tot ruim 32.000 in 2015. 31 32 Gemiddeld hebben musea 66 vrijwilligers, maar er is een groot onderling verschil. Er zijn zelfs musea met meer dan 200 vrijwilligers, zoals het Nationaal Militair Museum en Paleis Het Loo.

Omdat musea soms volledig afhankelijk zijn van vrijwillige inzet, constateren we dat in sommige gevallen functies worden ingevuld door vrijwilligers die eigenlijk de verantwoordelijkheid en expertise van een betaalde kracht vereisen. Er vindt dan als het ware verdringing plaats. Tegelijkertijd kan de toename van het aantal vrijwilligers ook het gevolg zijn van de introductie van nieuwe werkzaamheden. 33 De raad vindt dat musea een goed evenwicht moeten vinden tussen het aandeel vast personeel, vrijwilligers, zzp’ers en stagiairs. Het is van belang dat de professionaliteit van het museum – ook op de lange termijn – wordt gewaarborgd.

Duurzaamheid

We vinden het belangrijk dat musea inzetten op een duurzame bedrijfsvoering. We zien dat een aantal musea al inspanningen op dit gebied verricht. Zo zijn er musea die een milieubeleidsplan ontwikkeld hebben en hiervoor een internationaal duurzaamheidscertificaat, BREEAM-NL In-Use, hebben ontvangen. Maar er kunnen nog veel meer maatregelen genomen worden, bijvoorbeeld door tentoonstellingsmateriaal te hergebruiken en te streven naar energieneutrale huisvesting en depots. We raden musea aan om zich bij het verduurzamen van hun gebouw te laten adviseren door gespecialiseerde, particuliere organisaties. Duurzaamheid is een verantwoordelijkheid van de musea zelf, maar we zijn van mening dat de subsidiërende overheden hierbij een belangrijke faciliterende en stimulerende rol kunnen spelen.

Zo kunnen stedelijke regio’s hun podia stimuleren om duurzamer te worden, bijvoorbeeld door instellingen op dit vlak te laten samenwerken. Een mooi voorbeeld hiervan is de samenwerking die musea en theaters in de Amsterdamse Plantagebuurt zijn gestart, door gezamenlijk afval in te zamelen en te verwerken. Als het aan de raad ligt, mogen overheden van instellingen verlangen dat zij een duurzaamheidsparagraaf opnemen in de subsidieaanvragen. Deze paragraaf kan worden getoetst aan de hand van de Code Duurzaamheid, die de sector zelf gaat opstellen.


Aanbevelingen

Aanbevelingen over publiek en maatschappelijk bereik

Aan de overheden

  • Stimuleer musea om nieuwe publieksgroepen aan te trekken, ook als dat veel inspanning vergt en niet per se zorgt voor stijgende bezoekersaantallen.
  • Faciliteer publieksonderzoeken die meer inzicht bieden in de succesfactoren van het bereiken van nieuw publiek.
  • Beoordeel de subsidieaanvragen van musea op toepassing van de Code Culturele Diversiteit, volgens het principe ‘pas toe of leg uit’.

Aan de museumsector

  • Ga verbindingen aan met andere maatschappelijke organisaties en nodig personen en groepen met een andere (culturele) achtergrond uit om te participeren.
  • Presenteer de collectie vanuit een meerstemmig perspectief om haar aansprekend te maken voor publiek met een andere culturele canon, en om ontmoetingen tussen verschillende publieksgroepen tot stand te brengen.
  • Volg de Code Culturele Diversiteit. Let daarbij specifiek op inhoudelijke functies (zoals conservatoren) bij het personeel.
  • Deel kennis over succesvolle manieren van publieksbenadering met collega-musea.

Aanbevelingen over educatie

Aan de overheden

  • Neem de regie als het gaat om meer afstemming binnen stedelijke regio’s tussen musea onderling en tussen musea en scholen.
  • Zorg voor centraal geregelde voorzieningen voor (bus)vervoer, zodat voor scholen de drempel lager wordt om met schoolklassen musea te bezoeken.

Aan de sector

  • Werk samen met andere musea in de omgeving en met scholen bij het ontwikkelen en afstemmen van educatieprogramma’s.
  • Creëer maatgerichte educatieprogramma’s  voor verschillende leeftijden, opleidingsniveaus en schoolvakken.
  • Besteed speciale aandacht aan het vmbo en mbo.

Aanbevelingen op het gebied van vrijwilligers

Aan de sector

  • Zoek in de museumorganisatie naar een goed evenwicht tussen vast personeel, zzp’ers, vrijwilligers en stagiairs.
  • Waak ervoor dat vrijwilligers taken uitvoeren die belegd moeten worden bij professioneel personeel.

Aanbevelingen op het gebied van duurzaamheid

Aan de overheden

  • Faciliteer en stimuleer musea om duurzamer te functioneren.

Aan de sector

  • Ontwikkel een Code Duurzaamheid.

opendata.cbs.nl

Onderzoeksomschrijvingen.
CBS, 2017

Jaarverslag 2016.
Museumvereniging, 2007

Jaarverslag 2006.
Museumvereniging, 2017b.

Cultural Access and Participation.
European Commission, 2013

Het museum als medium van het geheugen..
Hupperetz, W.M.H., 2017

Het geëmancipeerde museum.
Thije, S. ten, 2016

The Participatory Museum.
Simon, N., 2010

Met het Stadsdelenproject investeerde het Gemeentemuseum Den Haag in een dergelijk netwerk van ambassadeurs. Via de ambassadeurs konden de stadsdeelbewoners van Den Haag een halfjaar gratis het museum bezoeken. Daarbij organiseerde het museum per stadsdeel een speciale avond in het museum waarvoor bewoners zelfs met bussen werden opgehaald.

foam.org

Het geëmancipeerde museum.
Thije, S. ten, 2016

In 2017 ontwikkelt de stuurgroep Code Culturele Diversiteit een nieuw plan met meer ambitie om diversiteit de komende jaren een vanzelfsprekend onderdeel in de bedrijfsvoering van culturele instellingen te laten worden

Advies Culturele Basisinfrastructuur
2017 – 2020

Raad voor Cultuur, 2016

Museumbrief.
Samen werken,
samen sterker.
Ministerie van OCW, 2013

De regeling is bedoeld voor gezamenlijke initiatieven op het gebied van educatie, publieksbereik, zichtbaarheid, wetenschap, digitale mogelijkheden en collectiebeleid. Het fonds draagt maximaal 40 procent bij. Met het Platform Samenwerking Musea deelt het Mondriaan Fonds ervaringen die musea opdoen op het gebied van samenwerking.
mondriaanfonds.nl

theartofimpact.nl

Ontgrenzen en Verbinden
Raad voor Cultuur, 2013

Agenda Cultuur
Raad voor Cultuur, 2015

De Cultuurverkenning, 2014; Agenda Cultuur, 2015
Raad voor Cultuur

Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren!
Onderwijsraad en Raad voor Cultuur, 2012.
Zie ook het advies Ons onderwijs 2032 over de rol van cultuuronderwijs in het primair en voortgezet onderwijs.
Platform Onderwijs2032, 2016.

Museumbrief.
Samen werken,
samen sterker.
Ministerie van OCW, 2013;
museumeducatieprijs.nl

Museumcijfers 2011.
Stichting Museana, 2012;
Museumcijfers 2016.
Museumvereniging e.a., 2017a

Vertrouwen in de toekomst.
VVD, CDA, D66, ChristenUnie, 2017

Meer geld voor kunst en cultuur.
Tweede Kamer, 2017

Cultuur in een open samenleving.
Ministerie van OCW, 2018

cultuureducatiemetkwaliteit.nl

teylersmuseum.nl

vanabbemuseum.nl

Met de Museumpleinbus kunnen groepen 6, 7 en 8 van basisscholen gratis naar het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum of het Stedelijk Museum Amsterdam worden gebracht.
museumpleinbus.nl

Vrijwilligers: pijlers onder de musea.
VSBfonds e.a., 2016

Verkenning arbeidsmarkt culturele sector
Raad voor Cultuur,
Sociaal-Economische Raad, 2016

opendata.cbs.nl

Passie gewaardeerd.
Raad voor Cultuur,
Sociaal-Economische Raad, 2017

De museumsector vanuit
maatschappelijk perspectief