Artistieke waarde

Wie een (fysiek) boek op de markt wil brengen, heeft een vormgever nodig, een zetter, een drukker en een uitgever. Daarmee is het boek onderdeel van een commerciële sector en zal het zich gedeeltelijk moeten aanpassen aan de wetten van de markt. Die markt verkeerde de laatste jaren, zoals we hebben gezien, in een crisis. Dat heeft gevolgen gehad, ook voor de artistieke ontwikkelingen in het boekenvak.

We signaleren twee min of meer samenhangende ontwikkelingen: 1. een toenemende belangstelling voor non-fictie, 2. marginalisering van het experiment. Daarnaast zien we hoe het segment van spoken word tot bloei is gekomen.

Non-fictie floreert

In de bestsellerlijsten heeft de Nederlandse literatuur het zwaar. De laatste twintig jaar haalde alleen in 2006 en 2011 een Nederlandse roman de top 3, respectievelijk ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun en Herman Kochs ‘Zomerhuis met zwembad’. 1 Liet de gehele rubriek fictie in 2016 na jaren van teruggang eindelijk weer een omzetgroei van 6 procent zien, de literair-culturele fictietitels profiteerden daar minimaal van (+1 procent), in tegenstelling tot spannende boeken en (vooral) jeugdboeken. 2

Dat dit literair-culturele segment onder druk staat, blijkt ook uit het feit dat het aantal beursaanvragen bij het Letterenfonds terugliep. Om een aanvraag te kunnen doen, moet een auteur een contract of intentieverklaring van een uitgeverij kunnen overleggen. Blijkbaar werden die contracten of verklaringen de laatste jaren minder makkelijk afgegeven aan literair-culturele auteurs.

Zo gek is dat ook niet, in een moeilijke boekenmarkt waar de grote verkoopsuccessen niet de literaire romans zijn, maar non-fictie boeken als Joris Luyendijks ‘Dit kan niet waar zijn’, David van Reybroucks ‘Congo’ of Geert Maks ‘In Europa’. De media spelen hierbij een belangrijke rol. Aanschuiven bij Pauw, Jinek, RTL Late Night of De Wereld Draait Door heeft voor de verkoop van een boek meer impact dan een goede recensie in de Volkskrant of NRC Handelsblad. 3 En tv-makers praten liever over een concreet, waargebeurd onderwerp dan over zoiets ‘moeilijks’ als een verzonnen roman.

Wat voor impact het vervlechten van een waargebeurd element in een roman heeft, zien we bijvoorbeeld bij een auteur als Jan van Mersbergen. De vijf romans die hij tussen 2001 en 2009 publiceerde, kregen mooie kritieken maar genereerden bescheiden verkoopaantallen. In 2011 verscheen ‘Naar de overkant van de nacht’, een roman over de Limburgse Vastelaovond-traditie. Hoewel in stijl en opzet niet afwijkend van zijn vorige romans, trok dit boek opeens veel meer de aandacht. Het feit dat Van Mersbergen ook in werkelijkheid ieder jaar begin februari naar Venlo afreist, was voor veel media aanleiding om de auteur te interviewen en het boek alle ruimte te geven. Prompt haalde ‘Naar de overkant van de nacht’ de bestsellerlijsten. De drie romans die hij sindsdien heeft gepubliceerd, hadden minder succes, hoewel Van Mersbergen nog steeds dezelfde weerbarstige, nuchtere jongens ten tonele voert, in klare taal, ontroerend onsentimenteel.

Zo hebben de klassieke poortwachters – literair critici – aan invloed ingeboet, en bepalen populaire (massa)media wat er gelezen wordt. Er is een groeiende groep incidentele lezers die zich vooral door dit soort media-aandacht laat leiden. Zij komen pas terug in de boekhandel als zich een nieuwe hype aandient. De boeken van J.K. Rowling of Michel van Egmond bijvoorbeeld zorgden voor een tijdelijke vergroting van de lezersmarkt, maar toen de maximale afzet was bereikt, zakte de verkoop weer naar een structureel lager niveau. Uitgevers kopiëren elkaars succesnummers. In de slipstream van ‘Fifty Shades of Grey’ van E.L. James overspoelde een golf literaire softporno de boekwinkels. De boekhandel voert nog altijd een breed assortiment, maar anders dan vroeger worden de niet-commerciële titels in kleinere aantallen ingekocht.

Zo is een situatie ontstaan waarin makers, boekenmarkt en media elkaar in een ijzeren greep houden. Het is niet eenvoudig om hier oorzaak en gevolg aan te wijzen. Zeker is wel dat het er voor minder mediagenieke auteurs niet makkelijker op is geworden.

Experiment in het gedrang

De Wet op de Vaste Boekenprijs (hierna: WVB) is in het leven geroepen om het boek als cultuurgoed te beschermen. De bedoeling van de maatregel is door middel van prijsbinding een relatieve inkomstenzekerheid te bieden binnen de sector. Immers, de opbrengsten van de WVB bij zowel uitgever als boekverkoper zouden ten goede komen aan de publicatie respectievelijk inkoop van minder renderende titels. Op die manier zou een brede beschikbaarheid en verscheidenheid van boeken gegarandeerd moeten zijn.

Een onderzoek naar deze zogenoemde ‘interne kruissubsidiëring’ werd bij de tweede evaluatie van de WVB door de raad als een van de voorwaarden gesteld voor continuering van de wet. 4 De (toenmalig) minister nam dat advies over. Intussen heeft onderzoeksbureau SEO in opdracht van OCW dit onderzoek uitgevoerd, en aangetoond dat een (relatief klein) deel van de titels bij zowel boekhandel als uitgeverij verantwoordelijk is voor een groot deel van de winst. Tegenover dat kleine deel winstgevende titels staat een substantieel deel verliesgevende titels. We mogen op basis van dit onderzoek dus voorzichtig concluderen dat kruissubsidiëring bestaat en een grotere verscheidenheid van titels waarborgt. 5

We zijn van mening dat de WVB zijn diensten nog altijd goed bewijst. Ondanks de woelige marktomstandigheden van de afgelopen jaren, zijn uitgevers en boekhandelaren erin geslaagd het kwetsbare, eigenzinnige en vooruitstrevende boek levend te houden. Poëzie en essayistiek zijn weliswaar marginale literaire genres als je naar de verkoop kijkt, maar dat is altijd zo geweest. 6 Wel constateren we dat het experiment in de romankunst goeddeels naar de achtergrond is verdwenen. Het Ander proza van de jaren zestig, het academisme van de jaren tachtig en het postmodernisme van de jaren negentig hebben geen opvolging gekregen, een enkele uitzondering (Tonnus Oosterhoff, Peter Verhelst) daargelaten. Ook hier zou de invloed van de media merkbaar kunnen zijn, maar dit blijft speculatief.

Schrijfonderwijs professionaliseert

Terwijl het leesonderwijs voortdurend onderwerp van discussie is, blijft het vak van creatief schrijven in het lager en middelbaar onderwijs vaak buiten beschouwing. Toch blijkt uit onderzoek dat actief en spelenderwijs met taal bezig zijn ook het lezen enorm stimuleert. 7 Het zou de moeite waard zijn als er bij de omvorming van het onderwijscurriculum (‘Curriculum.nu’) meer ruimte gemaakt zou worden voor het vak creatief schrijven. 8

Dat schrijven een ambacht is dat voor een belangrijk deel aangeleerd kan worden, is intussen wijdverbreid geaccepteerd. Studenten die creatief schrijven willen leren, kunnen op steeds meer opleidingen terecht. Wel blijft de vraag in hoeverre jongeren met een migratieachtergrond hun weg weten te vinden naar deze opleidingen.

Bij uitgeverijen kan jong schrijftalent doorgaans op een warm onthaal rekenen. Het aantal debuten bleef, ook in de crisisjaren, constant. 9 Het Letterenfonds heeft een speciaal programma voor acht literaire debutanten, die een beurs krijgen van 10.000 euro en trainingen kunnen volgen, onder meer op het gebied van promotie en podiumpresentatie. De media zijn over het algemeen happig op nieuwe auteurs aan het firmament.

Toch blijft ook bij de gerenommeerde literaire uitgeverijen de categorie cultureel-diverse auteurs nog altijd onderbelicht. Het is niet zo dat uitgeverijen onwillig zijn om literair talent met een niet-Nederlandse achtergrond in het fonds op te nemen, integendeel. Maar het blijven nog altijd te veel gescheiden werelden.

Dit kleurverschil valt des te meer op bij avonden van spoken word-organisaties en ‘klassieke’ literaire avonden. De raad beseft dat teksten die op een podium hun werking hebben, op papier niet automatisch hetzelfde effect sorteren. De performance van de spoken word-artiest is uiteraard een belangrijk element. Maar toch denken wij dat uitgeverijen hier nog artistieke en commerciële kansen laten liggen.

Een ander probleem doet zich voor bij auteurs die zo ongeveer aan hun derde of vierde boek toe zijn. Veel literaire loopbanen lijken dan tot stilstand te komen. Wij constateren ook in andere sectoren dat de ontwikkeling van mid-career artiesten stagneert. In de letterensector geldt hetzelfde. Auteurs die zich na drie, vier boeken commercieel niet bewezen hebben, dreigen steeds vaker het kind van de rekening te worden. Zowel bij uitgevers als in de boekhandel is de doorloopsnelheid enorm toegenomen.

Dit heeft een aantal oorzaken, waarbij niet direct duidelijk is wat de kip is en wat het ei: veranderd leesgedrag bij consumenten, een verkorte spanningsboog bij de media, ongeduld bij uitgevers. Hoe het ook zij, vluchtigheid ligt op de loer. Terwijl juist in de literatuur talent de tijd nodig heeft om te rijpen. Legio zijn de voorbeelden van auteurs die pas na lang ploeteren, op hun veertigste (Margriet de Moor), vijftigste (Thomas Verbogt) of zestigste (Alfred Birney), hun literaire stem vonden.

De complexe verhouding tussen analoog en digitaal

‘Digitalisering maakt een wereld mogelijk waarin iedereen kan beweren uitgever te zijn en iedereen zichzelf schrijver kan noemen. In die wereld zullen de traditionele filters zijn weggesmolten en alleen het ultieme filter – het menselijk onvermogen te lezen wat onleesbaar is – zal overblijven om te onderscheiden wat het waard is om bewaard te worden in een virtuele markt waar Keats’ nachtegaal een elektronische ruimte deelt met de haiku’s van tante Marie.’

Dit beeld schetste de gerenommeerde Amerikaanse uitgever Jason Epstein in een artikel in The New York Review of Books in 2010. 10 Zijn toekomstvisie, waarin alle scheidslijnen wegvallen tussen hoge en lage cultuur – voor sommigen een utopie, voor anderen een dystopie – is lange tijd dominant geweest in de letterensector, ook in Nederland. De technologische revolutie zou het boekenvak op zijn kop zetten. Daarbij kwam de (begrijpelijke) vrees dat het vrijgeven van digitale tekstbestanden piraterij in de hand zou werken. 11 Dit alles zorgde voor een merkwaardige verkramptheid als het om technische innovaties ging. Over de ontwikkeling van e-books zei een Nederlandse uitgever in diezelfde periode in Boekblad: ‘We slijpen de dolk die in onze rug zal belanden.’

Inmiddels lijkt de sector die vrees van zich afgeworpen te hebben. Enerzijds komt dat omdat men gemerkt heeft dat de digitale revolutie zich niet van vandaag op morgen voltrekt. Er is meer tijd dan aanvankelijk werd gedacht voor een weloverwogen omschakeling. In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is er, na een snelle toename, in 2016 zelfs een terugval te zien in de verkoop van e-books en e-readers. 12 Ook zijn er in Amerika meer dan 1.000 real life boekhandels geopend (nadat in de jaren nul een slachting was aangericht onder de grote en kleine boekhandelsketens in de VS). Er is volgens sommigen sprake van screen fatigue – consumenten zitten al de hele dag op hun schermpjes te turen, en zouden daarom in de avonduren weer liever in een papieren boek duiken. Dit zijn allemaal geruststellende geluiden voor de doemdenkers.

Maar er zijn genoeg redenen om de komst van het e-book juist te omarmen. De optimisten beseffen dat de verhouding tussen analoog en digitaal eindeloos veel complexer is dan een sector die ten val komt door een technologische revolutie. De sector verandert. Wie de kansen ziet, kan ook veel profijt hebben van de mogelijkheden die de technologie biedt. Een voorbeeld vormt de literaire app Sweek, die op de Frankfurter Buchmesse in 2017 werd genomineerd voor de internationale prijs Booktech Company of the Year. Het is een sociaal medium voor lezers en schrijvers, speciaal voor de mobiele telefoon. Je kunt er klassieke verhalen (gratis) lezen, je kunt er e-books kopen, maar ook je eigen verhalen uploaden. Belangrijk is de interactie tussen de gebruikers. Wereldwijd heeft Sweek intussen 150.000 gebruikers. Het interessante van een app als Sweek is, dat het schrijven zelf ermee wordt veranderd. Veel verhalen ontwikkelen zich seriematig, naar analogie van Netflix-series, waarbij meer in afleveringen wordt gedacht. Auteurs werken er ook veelvuldig samen in teams. 13 Zo gaat de technologische evolutie twee kanten op: het verandert de leeservaring, maar ook het artistieke proces en het literaire werk.

Het Letterenfonds en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie spelen een stimulerende rol met het gezamenlijke programma Literatuur op het Scherm. Hierin werken auteurs samen met ontwerpers, makers en programmeurs, om literaire of poëtische producties te ontwikkelen voor het digitale domein. Jaarlijks worden vier projecten ondersteund met een bedrag van 12.500 euro.

Ook de Groep Algemene Uitgevers (GAU) is doordrongen van de noodzaak tot vernieuwing. Mede daarom startte de GAU in 2015 met het programma Renew the Book. Hierin worden vijf nationale en internationale startups op het gebied van de letteren gedurende 45 dagen verder ontwikkeld, samen met professionals uit de sector. De ‘winnaar’ verdient 15.000 euro, maar belangrijker is de kennisdeling en het opbouwen van een netwerk.

Bij de vorige evaluatie van de WVB werd afgesproken dat de sector meer aandacht zou schenken aan innovatie. Bovendien zou het boekenvak meer inzicht verschaffen in de cijfermatige ontwikkelingen binnen de letteren. Op advies van de raad werd een kenniscentrum opgericht. 14 Dit kenniscentrum, KVB Boekwerk, wordt gezamenlijk door OCW en de branche gefinancierd. Kernpartners zijn (naast de KBb en het NUV) het Letterenfonds, de CPNB en Stichting Lezen. Behalve de markt heeft KVB Boekwerk ook de innovatie in het boekenvak in kaart gebracht. Daarnaast fungeert Boekwerk als aanjager van innovatie. De bijdrage van KVB Boekwerk is bijzonder nuttig gebleken, zoals minister Van Engelshoven ook concludeert in haar brief van 20 december 2017. 15 Wij sluiten ons hierbij aan.

Reflectie en debat blijven cruciaal

Voor een bloeiende artistieke praktijk is het noodzakelijk dat er ruimte is voor kritische reflectie en debat. De afgelopen decennia zijn het aantal en de omvang van boekrecensies in kranten en tijdschriften aanzienlijk afgenomen. De oorzaak ligt deels in fusies in krantenland en het verlagen van de verschijningsfrequentie van enkele opiniebladen. Ook verdwenen er verschillende literaire tijdschriften, vanouds het podium voor essays en literaire polemieken, terwijl er aanzienlijk minder nieuwe bij kwamen. 16 Daarnaast spelen literaire tijdschriften een belangrijke rol in de talentontwikkeling van auteurs, die er min of meer vrijuit nieuwe dingen kunnen proberen, zonder meteen tot een boekpublicatie over te gaan. Deze literaire proeftuinfunctie zien we verder alleen in een digitale context.

De laatste jaren brachten een spectaculaire explosie van het aantal platforms op internet dat ruimte biedt aan literaire kritieken, boekenblogs, podcasts, literaire videoreportages, lees-communities et cetera. De raad juicht de komst van deze nieuwe, digitale podia voor reflectie en debat toe. Digitalisering leidt tot democratisering: iedereen kan zijn eigen boekenblog of leespanel beginnen op internet. De levendige gedachtewisseling zien we als een verrijking van de literaire cultuur.

Literaire tijdschriften, of die nu online of op papier verschijnen, vervullen een kleine maar cruciale rol in het letterenveld. Als laboratorium en als aanjager van debat en kritische beschouwing moeten we deze literaire broedplaatsen in ere houden. Wel constateren we dat de middelen die nu voor tijdschriften beschikbaar zijn amper volstaan om de auteurs van artikelen en verhalen fatsoenlijk te honoreren. Voortzetting en intensivering van de ondersteuning vanuit het Letterenfonds ligt dus in de rede.


Aanbevelingen

Aan het Rijk

  • Behoud de Wet Op de Vaste Boekenprijs in een sector die volop in beweging is.
  • Stimuleer het creatieve schrijven op scholen in het basis- en voortgezet onderwijs.

Aan het Letterenfonds

  • Maak meer geld vrij voor de literaire tijdschriften, zodat de magere schrijvershonoraria kunnen worden opgekrikt, en uitgeverijen meer budget overhouden voor promotie en abonneewerving.

Aan de sector

  • Laat de letteren een afspiegeling zijn van de bevolking. Cultureel diverse lezers zullen zich makkelijker kunnen herkennen in boeken met personages en thema’s die dichter bij henzelf staan. Laten daarom schrijfopleidingen actiever op zoek gaan naar studenten met een cultureel diverse achtergrond, en laten uitgeverijen hiermee meer rekening houden bij de acquisitie van nieuwe auteurs.
  • Talentontwikkeling houdt niet op na een tweede of derde boek. Mid-career auteurs dreigen tussen wal en schip te vallen. Zorg voor continuïteit en focus niet louter op ‘jong en nieuw’.
  • Cijfermatig inzicht in de boekenbranche blijft van groot belang. Niet alleen voor een beter beeld van het functioneren van de sector zelf, maar ook voor een goed begrip van de werking en de effecten van de WVB. KVB Boekwerk presenteerde al diverse monitors en onderzoeken en is om die reden een welkome aanvulling in de sector.

Onderzoek NRC Handelsblad,
23 maart 2017.

Monitor 2016.
KVB Boekwerk, 2017

Van de 31 werken die tussen 2014 en 2017 als Boek van de Maand naar voren werden geschoven in DWDD, haalden er 28 de Bestseller60 van de CPNB, aldus NRC Handelsblad, 23 maart 2017.

Vaste Boekenprijs
Raad voor Cultuur, 2014

Het percentage titels met een negatieve nettowinst is in de steekproef gemiddeld ongeveer 64 voor de uitgevers en 47 voor de boekwinkels. Bij de uitgevers genereert gemiddeld ongeveer 4 procent van de titels de helft van de totale nettowinst, bij de boekwinkels genereert ongeveer 2 procent van de titels de helft van de totale nettowinst.
Kruissubsidiëring door boekhandels en uitgevers.
SEO, 2017

Zo werden, om één voorbeeld van vele te noemen, van de grote dichter Albert Verwey slechts enkele tientallen bundels per jaar verkocht.
Gorter en zijn uitgever, Versluys
in: De Gids (131), Endt, E., 1968

Een aantal bronnen worden hier genoemd: Leesmonitor.nu

Curriculum.nu is de voortzetting van het platform Onderwijs 2032, dat in januari 2016 zijn visie op de toekomst van het onderwijs publiceerde.

Zo blijkt uit een inventarisatie van de ingezonden debuten voor enkele debutantenprijzen.

Publishing, The Revolutionary Future.
in: The New York Review of Books,
Epstein, J., 11 maart 2010

Over illegale downloads meer in De eeuwige slingerbeweging van de uitgeverij.

In Engeland nam de verkoop van e-books in 2016 af met 17 percent, volgens de Publishers Association. De verkoop van fysieke boeken nam juist toe met 7 procent over dezelfde periode. (Zie: Mark Sweney, ‘Screen fatigue sees UK ebook sales plunge 17 percent as readers return to print’, in: The Guardian, 27 april 2017.) In de VS daalde de verkoop van e-books in dezelfde periode met 18,7 procent volgens the Association of American Publishers.
Real books are back.
Ivana Kottasová, CNN Media,
27 april 2017

De toekomst van lezen en publiceren.
INCT-nieuwsbrief

Vaste Boekenprijs
Raad voor Cultuur, 2014

In haar brief stelde de minister vast dat ‘Boekwerk een breed draagvlak heeft en [dat] de samenwerking met de partners goed verloopt.’ De resultaten van Boekwerk beoordeelde zij al met al positief. ‘Boekwerk heeft in ruim anderhalf jaar veel acties ondernomen en is erin geslaagd invulling te geven aan een Kennis-en Innovatie agenda die ondernemers kan ondersteunen bij de voorbereiding op verwachte ontwikkelingen in de sector.’ De subsidie voor Boekwerk werd met twee jaar verlengd tot en met 31 december 2019.

Tussen 2000 en 2018 verdwenen de literaire tijdschriften Maatstaf, Optima, De Tweede Ronde, Revolver, Parmentier, Raster, Bunker Hill en Het trage vuur. Nieuwe, regelmatig verschijnende literaire tijdschriften waren Terras en Das Mag.

Artistieke waarde Maatschappelijke waarde Economische waarde