De Actoren

We stellen vast wie de verschillende actoren zijn in de sector. We schetsen het letterenveld, en de rol van de overheid hierin. We beperken ons tot een opsomming, in Het ecosysteem zullen we alle onderdelen nader omschrijven met behulp van cijfermateriaal.

Wie zijn de actoren?

Het werkveld van letteren en bibliotheken is een hybride domein, waar marktwerking en overheidsregulering hand in hand gaan. De spelers zijn zulke uiteenlopende partijen als uitgeverijen, bibliotheken, festivalorganisatoren, leesconsulenten en schrijvers. Die diverse actoren laten zich niet eenvoudig onder één noemer brengen. De auteurs bijvoorbeeld, die het vertrekpunt vormen in de sector, vallen in verschillende subcategorieën uiteen. Je hebt de klassieke romanciers, die van hun royalties en leenrechtvergoedingen proberen te bestaan. Maar dit type schrijver wordt steeds zeldzamer. Tegenwoordig moeten schrijvers het meer hebben van optredens op scholen en bibliotheken, bij leesclubs en op literaire manifestaties in het land.

Een auteur is ook de ghostwriter die door een snuggere uitgever aan een BN’er als Astrid Holleeder wordt gekoppeld. Een auteur is de succesvolle cabaretier, zoals Paulien Cornelisse, die haar taalcolumns bundelt. Een auteur is een vlogger als Enzo Knol, die een magazine-achtig boek vult met foto’s, strips, interviews en tips. Er zijn jeugdboekenauteurs, vertalers, journalisten, toneelschrijvers. Er zijn illustratoren, scenaristen, biografen, schoolboeken- en kunstboekenauteurs. Je hebt zelfs auteurs voor wie het geschreven woord niet noodzakelijk meer het einddoel vormt. Slam poetry en spoken word zijn volwaardige literaire genres die zich op de grens bevinden met de podiumkunsten. Al deze individuele kunstenaars in het letterenveld noemen we voor het gemak ‘schrijver’. Maar die benaming suggereert een eenvormigheid die allang is ingehaald door de veelkleurige realiteit.

Ook ‘het boek’ kent uiteenlopende verschijningsvormen. Graphic novels naast prentenboeken, opgeblazen grootletterboeken naast compacte ‘Dwarsliggers’, volvette meerdelige romanreeksen naast uitgebeende dichtbundels, luisterboeken naast e-books.

De digitale evolutie heeft bovendien innovatieve vertelvormen opgeleverd. Literaire apps als ‘Hooked’, waarbij verhalen in WhatsApp-dialogen zijn gegoten, en ‘Puzzling Poetry’, waarbij je bestaande gedichten moet reconstrueren uit losse woorden en tekstblokken, benutten het potentieel van digitale platforms steeds beter. Maar het blijft vooralsnog bij kleinschalige experimenten.

Verlengstuk van de auteurs zijn uitgeverijen, internet en de podia. Er wordt al langer gespeculeerd over een letterenveld zonder uitgevers. Parallel aan de platenmaatschappijen in de gedigitaliseerde muziekindustrie, zouden uitgeverijen in de marge verdwijnen met de opkomst van het e-book. Immers, self-publishing is nu makkelijker dan ooit. Iedere aspirant-schrijver met een computer en een eigen website kan zijn manuscript in een vingerknip online publiceren. Ook zijn er tal van online platforms die de e-boekenauteur helpen een lezerspubliek te vinden.

Maar in weerwil van dergelijke voorspellingen vormen de uitgevers nog altijd een onmisbare schakel in het letterenveld. Een uitgeverij is een zeef, die uit het overvloedige aanbod van manuscripten een scherpe selectie maakt. Een uitgeverij draagt bij aan de creatie door redactie en vormgeving. Een uitgever vormt de schakel met de boekhandel, zowel analoog als digitaal. En, last but not least, een uitgever geeft het noodzakelijke kwaliteitsstempel aan een boek. Behalve uitgevers dragen ook literaire festivals en organisaties bij aan de creatie van literaire producten. Auteursoptredens beperken zich allang niet meer tot droge voorlees-sessies. Op een literair podium kan iets geheel nieuws ontstaan door de combinatie van tekst en muziek of de toepassing van theatrale elementen.

Naast auteurs, uitgevers en festivals en de creatieve producten die zij, in vele vormen, voortbrengen, wordt het letterenveld gevormd door de bibliotheken, die middenin een grondige transitiefase verkeren. De bibliotheken zijn zich van boekenuitleencentra aan het omvormen tot multifunctionele ontmoetingsplekken. In de Bibliotheekwet zijn vijf taken voor de bibliotheek gedefinieerd, op het gebied van leesbevordering, informele educatie en cultuur. 1 We zien grote verschillen in de wijze waarop de bibliotheken invulling geven aan deze functies. Dat heeft voor een deel te maken met de beschikbare middelen. Omdat de financiering van het bibliotheekwerk goeddeels is toevertrouwd aan de gemeenten, zijn hier aanzienlijke regionale discrepanties ontstaan.

Minstens zo belangrijk voor het boekenvak is de retail. De offline- en online-boekhandel verzorgt de presentatie en verkoop van boeken en tijdschriften. In de winkelstraten kenden boekhandels economisch moeilijke jaren. Zij bezinnen zich op hun toekomst: wat is de toegevoegde waarde van een boekhandelaar, nu ieder denkbaar boek met één druk op de knop vanuit de luie stoel te bestellen is? De digitale omgeving maakt nieuwe distributiemodellen mogelijk. Zo wordt er geëxperimenteerd met abonnementen, waarbij voor een vast bedrag per maand een onbeperkt aantal titels op de e-reader, smartphone, tablet of andere drager kan worden gedownload. Ook de bibliotheken hebben een groot digitaal platform opgezet voor de uitleen van e-books.

Behalve van hun inkomsten uit verkoop en uitleen, moeten auteurs het steeds meer hebben van alternatieve bronnen. Ze schrijven meer in opdracht, of het nu een column is in het lokale krantje of een gelegenheidsverhaal voor een bierfabrikant, en staan steeds vaker op podia van literaire festivals, dichtersmanifestaties, op scholen en in boekhandels. Voor spoken word-artiesten en slamdichters is het podium zelfs hun enige ‘publicatievorm’. Al deze plekken die ten dienste staan van de live presentatie van de letteren, scharen we gemakshalve onder het hoofdje ‘podia’.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Want een onmisbare schakel in het letterenveld wordt gevormd door het publiek. Zoals we eerder vaststelden, is het afnemende publieksbereik door laaggeletterdheid en ontlezing onze grootste zorg in de sector. Bij het bestrijden van laaggeletterdheid gaat het erom een zo groot mogelijke groep mensen de vaardigheid van lezen en schrijven bij te brengen; de leesbevorderaars zetten zich in om het plezier in lezen te vergroten.

Zo komen we tot het volgende schema, waarin alle soorten actoren in de keten zijn ondergebracht. 2

Actoren

Individuele kunstenaars
Auteurs, vertalers, illustratoren

Productie
Uitgeverijen, self-publishers, literaire festivals en organisaties

Presentatie, distributie
Podia, boekhandels, online diensten, bibliotheken, CB, Schrijverscentrale, musea gewijd aan literatuur en boeken

Instellingen voor talentontwikkeling
Schrijversvakschool, hogescholen, universiteiten, uitgeverijen, Nederlands Letterenfonds, festivals

Instellingen voor literatuur- en leeseducatie
Stichting Lezen, Stichting De Schoolschrijver, de Schrijverscentrale, kinderopvang, basis- en middelbaar onderwijs, bibliotheken

Instellingen voor de bestrijding van laaggeletterdheid
Stichting Lezen en Schrijven, bibliotheken

Overige instellingen
Belangenverenigingen, koepels, kennis- en onderzoekscentra, evenementorganisatoren, CPNB, provinciale ondersteuningsinstellingen

Media
Kranten, (literaire) tijdschriften, televisiezenders, radiozenders, internetplatforms, blogs

Publiek
Lezers, festivalbezoekers

Wat doet de overheid?

De boekenmarkt bedruipt voor een groot deel zichzelf. De overheid verleent subsidies en intervenieert op twee manieren in de markt. De Wet op de Vaste Boekenprijs (WVB) bepaalt dat de boekhandel minimaal een jaar een door de uitgever vastgestelde vraagprijs moet hanteren voor nieuwe boekuitgaven. 3 Ook geldt voor fysieke boeken het verlaagde btw-tarief, wat een lagere verkoopprijs oplevert. Die maatregel moet meer verkoop genereren, wat ten goede komt aan de marge van uitgevers en boekhandelaren. Beide maatregelen dienen een cultuurpolitiek doel. Ze moeten boekhandel en uitgeverij in staat stellen kwetsbare en commercieel minder kansrijke literaire genres op de markt te brengen. Dit is wat wordt bedoeld met ‘kruissubsidiëring’.

Naast deze instrumenten zijn er verschillende subsidieregelingen voor auteurs, uitgevers, vertalers en festivals. Die worden toegekend door diverse fondsen, met name door het Nederlands Letterenfonds (hierna: Letterenfonds) en het Fonds voor de Bijzondere Journalistieke Projecten.

In de Culturele Basisinfrastructuur 2017 – 2020 zitten drie instellingen uit het letterenveld: het Fonds voor de Bijzondere Journalistieke Projecten, de Schrijverscentrale en Stichting Lezen. De Koninklijke Bibliotheek is een Zelfstandig Bestuursorgaan, dat wordt gefinancierd door OCW. Voor de helft vanwege de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) en voor de helft vanwege de Wet stelsel openbare biblotheekvoorzieningen (Wsob). Ook het Letterenfonds en de Stichting Lezen en Schrijven worden rechtstreeks gefinancierd door OCW. In het kader van de Wsob is het Rijk verantwoordelijk voor het stelsel van openbare bibliotheekvoorzieningen als geheel en voor de landelijke digitale openbare bibliotheek. De bibliotheekorganisaties zelf ontvangen subsidie van de gemeenten waarbinnen zij werkzaam zijn. Op het gebied van wetgeving is, naast de Wet op de Vaste Boekenprijs en de Wsob, de auteurswet het belangrijkst. Deze wet regelt alle kwesties die met het auteursrecht te maken hebben.

Wat zijn de doelen van het letterenbeleid?

In onze verkenning Cultuur voor stad, land en regio hebben we vier doelstellingen van het Nederlandse cultuurbeleid geformuleerd. 4 Met deze doelstellingen geven we aan welke verantwoordelijkheid de overheid naar ons idee moet nemen om een bloeiend cultureel klimaat te waarborgen. 5 Toegepast op de letteren luiden deze doelstellingen als volgt.

  • Ten eerste vinden we het belangrijk dat talent in de letterensector zich optimaal artistiek kan ontplooien. Dit impliceert dat schrijvers hun beroepspraktijk goed moeten kunnen uitvoeren, en daarvoor een acceptabele vergoeding ontvangen. Het is belangrijk dat talent in brede zin wordt opgevat. Daar horen ook woordkunstenaars bij die niet binnen de traditionele genreopvattingen vallen.
  • De tweede doelstelling is dat iedereen in Nederland, ongeacht leeftijd, (culturele) achtergrond, inkomen of woonplaats, toegang heeft tot de letteren. Zoals eerder betoogd, bevordert literatuur het welzijn van burgers. Literatuur reikt ideeën en ervaringen aan waarmee we anders niet in aanraking zouden komen. Literatuur opent vergezichten maar geeft evengoed inzicht. Literatuur biedt verstrooiing, en maakt mensen empathischer. Een kennissamenleving als de onze is gebaat bij burgers die in staat zijn die kennis tot zich te nemen, en een gewogen selectie te maken uit alle informatie die hun, offline en online, wordt aangeboden. Mediawijsheid en geletterdheid zijn belangrijke voorwaarden voor een goed functionerende maatschappij. De sector moet zich ervoor inzetten dat iedere burger wordt bereikt. Dit houdt in dat er geen witte plekken mogen ontstaan als het gaat om de spreiding van bibliotheken en boekhandels.
  • Ten derde bekommert de overheid zich om een pluriform letterenaanbod. Er wordt gezorgd voor erfgoed, maar ook ruimte gemaakt voor nieuwe artistieke ontwikkelingen, perspectieven en stemmen. Het een kan niet zonder het andere bestaan. In een democratie zijn de beschikbaarheid en toegankelijkheid van kennis een absolute voorwaarde. Om aan het debat te kunnen deelnemen, moeten burgers in staat gesteld worden zich goed te laten informeren. Een pluriform aanbod van boeken en andere media draagt hieraan bij. De samenleving verandert, de samenstelling van de bevolking verandert. Daarom moet de letterensector mee veranderen. Diversificatie van het aanbod, zodat alle bevolkingsgroepen zich betrokken en aangesproken voelen, is een voornaam streven.
  • Tot slot draagt de overheid ertoe bij dat de samenleving fungeert als een vrije ruimte voor kunst en cultuur, waar kritische reflectie kan plaatsvinden op de maatschappij. Elk debat mag gevoerd worden, zonder beknotting van vrijheid of censuur. Dat betekent dat het gevoerde cultuurbeleid voortkomt uit ontwikkelingen binnen de verschillende sectoren, zonder dat de overheid vooraf een standpunt inneemt welke cultuuruitingen kwaliteit hebben en welke niet.

Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), ingegaan op
1 januari 2015.

Beroepsgroepen die wel in het letterenveld actief zijn, maar tegelijkertijd betrokken zijn bij andere sectoren, zoals vormgevers en drukkers, blijven in deze analyse buiten beschouwing.

Na een half jaar mag een uitgever de prijs eenmalig aanpassen.

Cultuur voor stad,
land
en regio
Raad voor Cultuur, 2017

We volgen hier de doelstellingen op het cultuurbeleid zoals die op hoofdlijnen zijn beschreven in de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid uit 1993. Zie artikel 2: ‘Onze Minister is belast met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van cultuuruitingen; hij laat zich daarbij leiden door overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid.’

De Actoren Het ecosysteem