Inleiding

Iedereen danst. Peuters dansen, kinderen dansen, jongeren dansen, volwassenen dansen, ouderen dansen. En ook veel mensen kijken naar dans. Voor sommige ouders horen bezoeken aan danspodia bij de opvoeding; zij nemen hun kinderen mee naar ballet of naar dansvoorstellingen speciaal voor de jeugd. Andere kinderen maken kennis met hiphop en streetdance via YouTube, Instagram, het schoolplein of televisie. Online en op tv groeide het laatste decennium de belangstelling voor dans sterk, met wedstrijden als ‘So You Think You Can Dance’, ‘The Ultimate Dance Battle’, ‘Everybody Dance Now’, ‘Dance Dance Dance’ en ga zo maar door. Mensen die misschien nooit naar dansvoorstellingen gaan, dansen op dansscholen, in clubs, op bruiloften, in sportscholen, op festivals.

‘Een vitale levenskracht’, noemen dansliefhebbers en -makers dans wel. Het aantal volwassenen dat in de vrije tijd geregeld danst in een dansschool of sportclub ligt volgens verschillende onderzoeken rond de 9 procent, en bedraagt zelfs 50 procent als we de Nederlanders die dansen op feestjes en in uitgaansgelegenheden ook meetellen. 1 Dansverenigingen, dansscholen en dansworkshops in Nederland zijn talrijk en kennen hoge deelnamecijfers. Voor ieder is er wel een dansstijl: van stijldans tot breakdance, van volksdans tot salsa, van ballet tot rollerskate-dans. Steeds vaker dringt dans ook door tot het domein van de zorg, waar dansdocenten en -therapeuten dansen met ouderen, mensen met Alzheimer of Parkinson, mensen met een fysieke of mentale beperking of mensen met traumatische ervaringen.

Uit uiteenlopend onderzoek blijkt dat dansen en naar dans kijken een goed gevoel geeft. In 2016 onderzochten Bryson en MacKerron hoeveel voldoening mensen haalden uit hun dagelijkse activiteiten. Zij constateerden dat mensen bijna het grootste geluk rapporteerden tijdens een bezoek aan theater, dans of concerten. Hun geluksgevoel steeg daardoor met 9,29 procent ten opzichte van hun normale geluksniveau; alleen de gerapporteerde stijging tijdens intimiteit en het bedrijven van de liefde was groter. Zelf zingen en optreden scoorden ook hoog; die verbeterden het geluksgevoel met 6,95 procent. 2 Over het verbindende, plezierige en soms zelfs helende karakter van dans lijken, kortom, geen misverstanden te bestaan.

De grote populariteit van dans in de samenleving zorgt voor een aardige werkgelegenheid voor dansers, choreografen en dansdocenten in de vrijetijds- en entertainmentindustrie, de amateurdans en de zorg. Deze professionals en semiprofessionals verzorgen dansshows in evenementenparken, in clubs, in de horeca of op beurzen. Ze werken als choreograaf, docent, jurylid of begeleider mee aan bovengenoemde dansshows op televisie. Ze begeleiden amateurs bij het maken van voorstellingen. Ze geven danslessen of -workshops op dansscholen, sportscholen, wijkcentra, zorgcentra of in het onderwijs, of ze zetten zich in als danstherapeut.

Tegelijk hebben we in Nederland een actieve danskunstsector, die voorstellingen maakt voor theaters, festivals en andere locaties. 3 Vergeleken met de theater- en muzieksector is de danskunstsector klein van omvang, maar daarbinnen tekent zich een grote rijkdom af aan vormen en stijlen. Er wordt een gevarieerd palet aan dans gecreëerd, van complexe balletten tot filosofisch fysiek onderzoek, van opzwepende urban shows tot verhalende voorstellingen over herkenbare onderwerpen, voor volwassenen en voor jeugd. Opleidingen en gezelschappen hebben een hoog niveau; nieuwe genres, ontwikkelingen en makers veroveren langzaamaan het veld; en er ontstaat een dansstijl die elementen put uit hedendaagse dans en urban dans – urban contemporary dance – die typisch Nederlands genoemd mag worden. We hebben zelfs voorzichtig overwogen hiervoor de term ‘Dutch Dance’ te introduceren, maar laten het aan de sector over deze term al dan niet te adopteren.

De kleine schaal van de podiumdans heeft als voordeel dat op een festival als de Nederlandse Dansdagen bijna de hele sector elkaar weet te vinden om elkaars werk te zien en met elkaar in gesprek te gaan. Tegelijk heeft de sector soms de neiging zich bescheiden op te stellen of alleen de eigen belangen te behartigen; wij roepen hem op meer in gezamenlijkheid op te treden jegens overheden, presentatieplekken en publiek om zodoende meer slagkracht te genereren en de dans als geheel steviger op de kaart te zetten.

Enerzijds een hoge participatiegraad dus, wat erop wijst dat Nederlanders veel plezier beleven aan dans, en anderzijds een zeer hoog niveau en een voortdurende stroom aan nieuwe ontwikkelingen in de kleine artistieke danssector; twee belangrijke karakteristieken van de dans in Nederland die steun vanuit het Rijk en andere overheden legitimeren.

Maar daarmee is niet het hele verhaal van de Nederlandse dans verteld. De liefde voor dans van de Nederlandse bevolking zien we, vreemd genoeg, relatief weinig vertaald in bezoek aan dansvoorstellingen op podia en festivals of op locatie. In steden waar de grote dansgezelschappen zijn gevestigd (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Arnhem) en in enkele andere grote steden, zoals Utrecht, is er een aardige toeloop voor dans. Maar in minder dichtbevolkte gebieden is het lastig voldoende publiek voor dans op de been te brengen. En bij het uitblijven van dit publiek zijn veel zalen voorzichtig met het programmeren van dans.

Hier is sprake van een kip-of-ei-dilemma. Is er te weinig dans te zien, en vindt het publiek daarom niet zijn weg ernaartoe? Of komt het publiek te weinig af op dans, en programmeren theaters het daarom minder vaak? Hoe het ook zij: de zaalbezetting voor dans is vaak laag, vooral buiten de grote steden en dan vooral in de kleine zaal. Publiek dat desgevraagd aangeeft geïnteresseerd te zijn in dans, koopt in de praktijk maar zelden een kaartje voor een dansvoorstelling. Uit onderzoek van het SCP bleek in 2013 dat 45 procent van de bevolking ‘een beetje’ tot ‘zeer’ geïnteresseerd is in dans, en dat ongeveer een kwart van de bevolking weleens naar dans kijkt op tv of dvd. 4 Echter, slechts 9 procent van de bevolking had in het jaar voorafgaand aan het onderzoek een dansvoorstelling bezocht; dat is dus maar 20 procent van de geïnteresseerden. 5 Daar ligt een enorm potentieel voor de danssector, dat tot op heden echter niet wordt benut.

Het mag duidelijk zijn waar de uitdaging schuilt voor de komende jaren: hoe enthousiasmeren we de grote geïnteresseerde groep potentiële bezoekers die wegblijft – 36 procent van de bevolking, ofwel 6,2 miljoen Nederlanders – voor een bezoek aan dans? 6 Of hoe enthousiasmeren we, om de toekomst niet al te rooskleurig voor te stellen, in elk geval een gedeelte van deze groep geïnteresseerden? Of, om de indruk te voorkomen dat we onszelf in dit advies louter een marketingvraag hebben gesteld: hoe dichten we de kloof tussen de professionele dans en dansminnend Nederland? Welke aanpassingen zijn nodig in beleid, onderwijs, productie, programmering, marketing en publieksbenadering? En wie is bij het initiëren van de nodige aanpassingen aan zet?

In dit sectoradvies wijzen we enkele factoren aan die volgens ons bovenstaande mismatch helpen verklaren. De geringe toeloop voor dans blijkt dan niet alleen de sector zelf aan te rekenen. Het delicate samenspel tussen gemeentelijke overheden, theaters, dansgezelschappen, opleidingen, de amateursector en andere maatschappelijke domeinen vraagt om meer aandacht en visie in de komende beleidsperioden: een betere afstemming tussen aanbod en afname, en een intensieve dialoog over en vooral ook mét het publiek, bij voorkeur (ook) op de schaal van de stedelijke cultuurregio. Omdat het Rijk en andere overheden voor de dans een belangrijke financiële partner zijn, nodigen wij hen uit hun beleid ten aanzien van dans de komende perioden grotere prioriteit te geven. Alleen dan kan de gesignaleerde potentie van de danssector beter worden benut.

Opbouw van dit advies

Dit sectoradvies is als volgt opgebouwd: in Dans en de overheid zetten we kort uiteen welke rol de overheid op dit moment speelt voor de dans in Nederland en aan welke doelstellingen volgens de raad het cultuurbeleid ten aanzien van dans zou moeten en kunnen voldoen.

In Het werkveld van de dansprofessional schetsen we het veelzijdige werkveld van de dansprofessional. Hem of haar zien we aan het werk in de podiumkunsten, maar ook in het entertainmentcircuit, in de amateur- en vrijetijdssector en in andere domeinen, zoals de sport-, de zorg of de onderwijssector. We brengen hier ook kort de diverse dansopleidingen in beeld waar deze dansprofessionals worden opgeleid.

De hoofdstukken Bewegingen in de danskunst en De populariteit van dans in Nederland belichten de dans in Nederland vanuit twee verschillende perspectieven. Eerst delen we onze observaties ten aanzien van de artistieke dans op dit moment en laten we zien waar professionele danskunstenaars zoal mee bezig zijn, en hoe de kunstvorm daarmee in ontwikkeling is. Daarna bekijken we de dans vanuit haar maatschappelijke rol en laten we dans zien als vrijetijdsbesteding, sport, schoolvak of avond uit voor heel veel Nederlanders.

Nadat we hiermee de brede context van de dans in Nederland hebben geschetst, buigen we ons in de Aanbevelingen over de vraag: hoe zorgen we nu dat de artistieke danssector de populariteit van dans in de maatschappij beter kan benutten en omgekeerd, dat de talloze dansliefhebbers in Nederland beter de weg weten te vinden naar het artistieke dansaanbod? Ons antwoord presenteren we in de vorm van een reeks samenhangende aanbevelingen aan de minister, andere overheden, de danssector zelf en enkele andere betrokken partijen.

Dansen, een gezonde vorm van bewegen!
SCP en TNO, 2006;
Kunstzinnig en creatief in de vrije tijd.
LKCA, 2017;
Sport en Cultuur.
SCP, 2016

Are you happy while you work?
Bryson, A., MacKerron, G.
2016

Om het podiumkunstcircuit van ballet, hedendaagse/moderne dans en urban dance – waarop subsidiërende overheden zich voornamelijk richten – te onderscheiden van het circuit van populaire dansshows, gebruiken we in dit advies voor het eerste circuit de termen ‘danskunst’ of ‘artistieke dans’. Dit betreft geen waardeoordeel over andere vormen van dans op of buiten het podium.

Dansconsumptie via internet werd niet meegenomen in dit onderzoek.
Kunstminnend Nederland?
SCP, 2013.

Kunstminnend Nederland?
SCP, 2013.

Gebaseerd op een Nederlandse bevolking van 17,2 miljoen mensen in 2018.
Bevolkingsteller CBS

Inleiding Hoofdaanbevelingen